ECLI:NL:RBAMS:2025:7472

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
10 oktober 2025
Zaaknummer
C/13/762078 / HA ZA 25-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.C.J. Hamming
  • R.D. Lok
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van vorderingen wegens gebrek aan belang in civiele procedure

In deze civiele procedure heeft eiser, woonachtig in Malta, een lening van € 300.000 gevorderd van Pasta Pasta c.s., een groep van gedaagde partijen, vermeerderd met rente en een aflossingsfee. De procedure is gestart met dagvaardingen in december 2024 en heeft geleid tot een tussenvonnis in mei 2025. Tijdens de procedure heeft Pasta Pasta c.s. aangegeven dat eiser geen belang meer heeft bij zijn vorderingen, omdat zij het gevorderde bedrag inmiddels heeft voldaan. Eiser heeft vervolgens verzocht om doorhaling van de procedure, omdat er geen vorderingen meer voorliggen. Pasta Pasta c.s. heeft echter aangegeven dat zij niet instemt met de doorhaling en dat zij een inhoudelijk oordeel van de rechtbank wenst over de hoogte van de vorderingen van eiser. De rechtbank heeft geoordeeld dat eiser niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, omdat hij zelf heeft aangegeven dat aan de vorderingen is voldaan. Hierdoor is er geen inhoudelijk oordeel mogelijk over de geschilpunten. De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd, aangezien deze buiten de procedure om zijn afgewikkeld. Het vonnis is uitgesproken op 1 oktober 2025.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/762078 / HA ZA 25-20
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats 1] (Malta),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. E.H. Boucher,
tegen

1.PASTA PASTA B.V.,

te Amsterdam,
2.
[gedaagde 1] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
3.
[gedaagde 3] B.V.,
te [vestigingsplaats 2] ,
4.
[gedaagde 4] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
5.
[gedaagde 5],
te [woonplaats 2] ,
6.
[gedaagde 6],
te [woonplaats 2] ,
7.
[gedaagde 7],
te [woonplaats 3] ,
8.
[gedaagde 8],
te [woonplaats 3] ,
9.
[gedaagde 9],
te [woonplaats 2] ,
10.
[gedaagde 10],
te [woonplaats 2] ,
11.
[gedaagde 11] B.V.,
te [vestigingsplaats 1] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen (in enkelvoud): Pasta Pasta c.s.,
advocaat: mr. M. Kashyap.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 16 en 18 december 2024, met producties
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 21 mei 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging aanvullende producties van Pasta Pasta c.s.,
- het verzoek tot doorhaling van de procedure van [eiser] ,
- de e-mail van 1 september 2025 inzake het verzoek tot doorhaling van Pasta Pasta c.s.,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 september 2025.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat vandaag een vonnis wordt gewezen.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft in deze procedure terugbetaling gevorderd van een lening van
€ 300.000 die hij aan Pasta Pasta c.s. heeft verstrekt, vermeerderd met de contractueel bepaalde rente en vertragingsrente en een zogenoemde aflossingsfee. Tussen partijen is discussie ontstaan over (onder meer) de uitleg van de overeenkomst en de berekening van rente.
2.2.
Pasta Pasta c.s. heeft bij de akte overlegging aanvullende producties het standpunt ingenomen dat [eiser] geen belang meer heeft bij zijn vorderingen (artikel 3:303 BW), omdat zij inmiddels daaraan heeft voldaan. In de akte heeft Pasta Pasta c.s. toegelicht dat zij zich vanwege het conservatoire beslag dat [eiser] op haar onroerend goed heeft laten leggen genoodzaakt voelde alsnog het gevorderde bedrag in zijn geheel te betalen.
2.3.
[eiser] heeft om doorhaling van de procedure verzocht, omdat Pasta Pasta c.s. aan het gevorderde heeft voldaan en geen tegenvordering heeft ingediend, waardoor er geen vorderingen voorliggen waarover de rechtbank moet oordelen.
2.4.
Pasta Pasta c.s. heeft in de e-mail van 1 september aangegeven dat zij niet instemt met de doorhaling van de procedure en wenst dat de rechtbank vaststelt tot welk bedrag de vorderingen van [eiser] toewijsbaar zijn. Pasta Pasta c.s. meent dat zij (onder druk van het beslag) te veel heeft betaald aan [eiser] en overweegt om een nieuwe procedure tegen hem te starten om het teveel betaalde terug te vorderen.
2.5.
Volgens [eiser] ligt er niets voor waarover de rechtbank kan oordelen en is een inhoudelijke bespreking van de standpunten daarom onnodig en ongewenst.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat [eiser] geen belang heeft bij zijn vorderingen, omdat daaraan, zoals hij zelf heeft aangegeven, is voldaan. [eiser] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat betekent dat de rechtbank geen inhoudelijk oordeel zal uitspreken over de geschilpunten.
2.7.
Pasta Pasta c.s. heeft op de zitting aan de rechtbank gevraagd om toch een inhoudelijk oordeel te geven over de vraag hoe de contractueel bepaalde rente en vertragingsrente moet worden berekend en – in het verlengde daarvan – of zij meer heeft voldaan dan waartoe zij op grond van de overeenkomst van geldlening verplicht was. Zo hoopt zij de slagingskans van een (nog in te stellen) vordering tot terugbetaling van het (al dan niet) teveel betaalde in te kunnen schatten. Daartoe zal de rechtbank niet overgaan. [eiser] wenst geen vordering meer aan de rechtbank voor te leggen en Pasta Pasta c.s. hebben geen (tegen)vordering ingediend. Zonder (tegen)vordering kan de rechtbank geen oordeel over de standpunten geven. Immers, de rechtbank
moetingevolge artikel 23 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering beslissen over hetgeen partijen hebben gevorderd en
mag nietbeslissen over iets anders dan zij hebben gevorderd. De vorderingen bepalen de rechtsstrijd en zonder vorderingen zijn er wellicht nog wel geschilpunten, maar daarover kan de rechtbank geen oordeel geven.
Proceskosten
2.8.
De rechtbank ziet dat de proceskosten zijn meegenomen in het totaalbedrag dat Pasta Pasta c.s. heeft voldaan. Aangezien de proceskosten aldus buiten deze procedure om zijn afgewikkeld, zal de rechtbank die compenseren.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
3.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming, bijgestaan door mr. R.D. Lok, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.