ECLI:NL:RBAMS:2025:7419
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vorderingen in kort geding betreffende aanleg van aanvaarbescherming door Vereniging van Eigenaren
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam op 8 oktober 2025, heeft eiser, vertegenwoordigd door mr. C.A.M. Jansen, een kort geding aangespannen tegen de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex aan het water. Eiser vorderde onder andere het staken van werkzaamheden aan een door de VvE aangelegde aanvaarbescherming, die volgens hem zijn recht op aanleg van een privé-steiger belemmert en zijn privacy schaadt. De VvE, vertegenwoordigd door mr. L.M. van Gemert-Bosveld, verdedigde zich door te stellen dat de werkzaamheden aan de aanvaarbescherming zijn afgerond en dat de individuele eigenaren zelf kunnen beslissen over het aanbrengen van loopplanken.
De voorzieningenrechter, mr. T.H. van Voorst Vader, oordeelde dat de vordering tot staken van de werkzaamheden werd afgewezen, omdat het spoedeisend belang ontbrak. De rechter concludeerde dat de werkzaamheden aan de aanvaarbescherming al waren afgerond, waardoor een bouwstop niet meer relevant was. Daarnaast werd de vordering tot afbraak van de constructie afgewezen, omdat niet was aangetoond dat de VvE haar bevoegdheden had overschreden. Ook de vordering tot opschorting van de betalingsverplichting aan de VvE en de vordering tot betaling van onderzoekskosten werden afgewezen, omdat deze niet op een duidelijke rechtsgrond waren gebaseerd.
Uiteindelijk werd eiser in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten, die op € 4.280,00 werden begroot. De voorzieningenrechter verklaarde de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat eiser deze kosten binnen veertien dagen na aanschrijving moet betalen. Dit vonnis is opgemaakt in proces-verbaal en ondertekend door de voorzieningenrechter en de griffier.