Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties,
Rechtbank Amsterdam
De Stichting De Alliantie verhuurt sinds 2017 een sociale huurwoning aan de huurder. Vanaf 2018 is vastgesteld dat de huurder niet daadwerkelijk in de woning woont; hij werd niet aangetroffen bij 17 huisbezoeken en er zijn tegenstrijdige verklaringen over zijn bewoning. Daarnaast verbleven er regelmatig derden, waaronder vrouwen, in de woning. De huurder ontkent onderverhuur en stelt dat hij wel degelijk hoofdverblijf in de woning heeft.
De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen en oordeelt dat deze niet oneerlijk zijn. Vervolgens weegt de rechtbank het bewijs, waaronder huisbezoeken, verklaringen van omwonenden en een rapport van de Toezichthouder Wonen. De huurder kon zijn stellingen onvoldoende onderbouwen, met name door tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs. De kantonrechter concludeert dat de huurder sinds april 2018 geen hoofdverblijf in de woning heeft en dat hij de woning aan derden in gebruik heeft gegeven.
Gezien het maatschappelijk belang van een juiste toewijzing van schaarse sociale huurwoningen en de ernstige tekortkomingen van de huurder, wordt de huurovereenkomst ontbonden. De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten.