Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de conclusie na enquête van [eiser] van 12 maart 205;
- de conclusie van antwoord na enquête van [gedaagde] van 23 april 2025 met producties 11 t/m 20;
2.De (verdere) beoordeling
- i) hij een mondelinge geldlening heeft gesloten met [gedaagde] ,
- ii) hij op grond van deze geldlening € 50.000,00 in contanten aan [gedaagde] heeft gegeven, en
- iii) hij in naam van [gedaagde] , maar met zijn eigen geld, € 13.000,00 in contanten heeft aanbetaald aan de verkoper van de BMW.
- 2 april 2024: de heer [getuige 1] (hierna: ‘ [getuige 1] ’) en de heer [getuige 2] (hierna: ‘ [getuige 2] ’);
- 3 april 2024: de heer [getuige 3] (hierna: ‘ [getuige 3] ’), de heer [getuige 4] (hierna: ‘ [getuige 4] ’) en mevrouw [getuige 5] (hierna: ‘ [getuige 5] ’); en
- 27 mei 2024: de heer [getuige 6] (hierna: ‘ [getuige 6] ’).
- 11 november 2024: de heer [getuige 7] , mevrouw [getuige 8] , de heer [getuige 9] en mevrouw [getuige 10] ; en
- 5 februari 2025: de heer [getuige 11] .