Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiseres] ,
2.
[eiser],
UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vorderen eisers, [eiseres] en [eiser], een verklaring voor recht dat het UWV onrechtmatig heeft gehandeld tijdens een onderzoek naar de rechtmatigheid van de Ziektewetuitkering van [eiseres]. De rechtbank oordeelt dat [eiseres] niet-ontvankelijk is in haar vorderingen omdat zij geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van het UWV van 25 januari 2021, dat formele rechtskracht heeft verkregen. De rechtbank stelt vast dat [eiseres] het gestelde onrechtmatig handelen bij de bestuursrechter had kunnen aanvechten, maar dit heeft nagelaten. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen omdat hij onvoldoende onderbouwing heeft gegeven voor zijn claims. De rechtbank concludeert dat het UWV niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser]. De proceskosten worden toegewezen aan het UWV, en eisers worden veroordeeld tot betaling van deze kosten.