Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
Rechtbank Amsterdam
ESP, eerste hypotheekhouder van een pand, vordert een verklaring voor recht dat de tweede hypotheekhouder geen recht van tweede hypotheek heeft. ESP baseert dit op een royementsakte uit 2015 en stelt schade te lijden bij executie door de tweede hypotheekhouder. De tweede hypotheekhouder betwist dit en stelt dat het tweede hypotheekrecht niet is vervallen en dat ESP geen belang heeft omdat de curator het pand zal verkopen indien hypotheekhouders niet tot executie overgaan.
De rechtbank overweegt dat ESP geen voldoende belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht omdat de curator het pand zal verkopen als de hypotheekhouders niet tot executie overgaan, waardoor ESP’s positie niet verandert. ESP heeft de door de curator gestelde termijn om haar executierecht uit te oefenen laten verstrijken en daarmee haar separatistenpositie verloren. Ook overweegt de rechtbank dat het tweede hypotheekrecht wel bestaat, mede gelet op de rectificatieakte uit 2017.
De vordering van ESP wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter L.A.L. Wiersinga en op 8 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van ESP af wegens ontbreken belang en veroordeelt ESP in de proceskosten.