Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2 december 2024 tot en met 2 april 2025 dagelijks telkens van 09.00 tot 17.00 uur. Eiser heeft op 11 december 2024 om 17:08 geparkeerd. Dit was dus buiten de genoemde perioden waardoor sprake was van ‘parkeren’ als bedoeld in de Parkeerverordening Amsterdam.
naastde perioden staan vermeld. De gemeente Amsterdam had naar het oordeel van de rechtbank het gebod op dit bord anders kunnen weergeven, zodanig dat bedoeld misverstand redelijkerwijs niet kon ontstaan. Dat zou naar het oordeel van de rechtbank het geval zijn als bijvoorbeeld de tijdstippen
onderde genoemde perioden vermeld zouden staan, een en ander zoals hierna is aangegeven:
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door eiser betaalde griffierecht van € 53,- aan hem vergoedt.