ECLI:NL:RBAMS:2025:7074

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
13/156098-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens schending verdedigingsrechten

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 september 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte voor het ondergaan van een resterende vrijheidsstraf van ruim drie jaar.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet persoonlijk aanwezig was geweest bij het proces dat leidde tot het samenvoegingsvonnis waarop het EAB is gebaseerd. Er was geen sprake van een van de in artikel 12 Overleveringswet Pro genoemde uitzonderingen, noch was een garantie verstrekt dat zijn verdedigingsrechten waren gewaarborgd. Uit aanvullende informatie bleek dat het proces op initiatief van de rechter was gestart en dat de verdachte niet duidelijk was geïnformeerd over de procedure.

De rechtbank concludeerde dat de verdachte niet op de hoogte was of had kunnen zijn van het proces en dus niet stilzwijgend afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid. Daarom werd de overlevering geweigerd op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro. De rechtbank zag geen reden om af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond en hoefde de overige verweren niet te beoordelen.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan Polen wegens schending van zijn verdedigingsrechten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/156098-25
Datum uitspraak: 11 september 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 28 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 april 2025 door
the Regional Court in Bielsko-Biała, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentie adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 september 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.S. Altena, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
combined judgement of the District Court in Bielsko-Białavan 10 oktober 2019, met kenmerk III K 278/19.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaar, tien maanden en één dag. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [2]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Partijen hebben zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd nu niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen bij het proces dat heeft geleid tot het samenvoegingsvonnis dat ten grondslag ligt aan het EAB.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een samenvoegingsvonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Ten aanzien van de vraag of aan de weigeringsgrond toepassing moet worden gegeven of dat daarvan kan worden afgezien, stelt de rechtbank vast dat uit aanvullende informatie van 4 september 2025 blijkt dat het proces dat tot het samenvoegingsvonnis heeft geleid niet op verzoek van de opgeëiste persoon is aangevangen. Het vonnis is immers “
ex officio”, dat wil zeggen op initiatief van
the District Court in Bielsko-Biała, gewezen. Daarnaast kan de rechtbank op basis van de aanvullende informatie niet vaststellen dat aan de opgeëiste persoon duidelijk is gemaakt dat de in een eerdere (onderliggende) zaak gegeven adresinstructie ook zou gelden voor het proces dat tot het samenvoegingsvonnis heeft geleid.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was of had kunnen zijn van de procedure die heeft geleid tot het samenvoegingsvonnis. Om die reden is geen sprake van een situatie waarin hij stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de zitting die tot het verzamelvonnis heeft geleid aanwezig te zijn, dan wel waarin zijn afwezigheid ter zitting aan onzorgvuldigheid van zijn kant was te wijten. Daarom wordt de overlevering geweigerd.
Gelet op het voorgaande hoeven de onderliggende vonnissen niet te worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro en behoeven de overige verweren geen bespreking.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.

6.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Bielsko-Biała(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
STELT VASTdat de overleveringsdetentie is geëindigd.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Westerman en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 september 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.