ECLI:NL:RBAMS:2025:7072

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
13/224580-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte op grond van Europees aanhoudingsbevel door Duitse autoriteiten

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 september 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit, Amtsgericht Keulen, gericht op de overlevering van een Nederlandse verdachte geboren in 1985. De verdachte werd verdacht van strafbare feiten die onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW) vallen, namelijk illegale handel in verdovende middelen en informaticacriminaliteit.

De verdachte erkende zijn identiteit en Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelde vast dat de verdachte sterke banden met Nederland heeft, waaronder het centrum van zijn gezinsleven en belangen. Hierdoor kan de strafuitvoering, indien veroordeeld, beter in Nederland plaatsvinden. Duitsland gaf de benodigde garantie dat de straf na veroordeling in Duitsland in Nederland zal worden uitgevoerd.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet, er geen weigeringsgronden zijn en de gegeven garantie voldoende is. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open volgens artikel 29, tweede lid, OLW.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan Duitsland toe op basis van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/224580-25
Datum uitspraak: 25 september 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 21 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 14 juli 2025 door het
Amtsgericht Keulen, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
nu gedetineerd in de [P.I.],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 september 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.P.A. van Schaik, advocaat in Veenendaal. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
“aanhoudingsbevel voor onderzoek”van 12 mei 2025 van het
“Amtsgericht Keulen”, dossiernummer 506 Gs 1209/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [2]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
5) illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
11) informaticacriminaliteit.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [3]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Staatsanwältinin Keulen heeft op 9 september 2025 de volgende garantie gegeven:
“(…) regarding the requested extradition of Dutch national [opgeëiste persoon], born on [geboortedag].1985 in [geboorteplaats]the Netherlands, at this point:
It is hereby assured that, in the event of a final conviction in the Federal Republic of Germany, the person sought will be surrendered for further enforcement in the Netherlands for the purposes of enforcement in the European Union (OJ L 327, 5.12.2008, p. 27) pursuant to the applicable version of Council Framework Decision 2008/909/JHA of 27 November 2008 on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty, for the purposes of its enforcement in the European Union (OJ L 327 of 5 December 2008, p. 27), will be transferred back to the Netherlands for further enforcement.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Keulen(Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Westerman en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 september 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie onderdeel e) van het EAB.
3.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (