Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidGREENIPP B.V.,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidGREENIPP HOLDING B.V.,
1.De procedure
[naam 1] en [naam 2] (beiden via een digitale verbinding en bijgestaan door een tolk) met mr J.W. de Groot en mr. M.M.A. Steinebach. Namens GreenIPP en GreenIPP Holding waren aanwezig [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] met
mr. Looijen. Na verder debat is vonnis bepaald op 25 september 2025.
2.De feiten
joint venturetussen GreenIPP en Obton. De
joint ventureGreenton is opgericht op 11 oktober 2016 met als doel het realiseren van duurzame energieprojecten in Nederland. Obton zou optreden als investeerder en GreenIPP als beheerder. Greenton en Green IPP hebben verder nog een managementovereenkomst gesloten waarbij GreenIPP verantwoordelijk was voor de boekhouding en de btw-aangifte van de projectvennootschappen, waaronder Melkbussen.
3.Het geschil
Greentoneen afdrachtverplichting heeft ten opzichte van Melkbussen, maar wel dat zij als debiteuren kunnen worden aangesproken. Belastingteruggaven (niet alleen voor Melkbussen maar voor alle projecten van Obton) werden niet stelselmatig overgemaakt op de rekening van 11 CV, maar op een rekening op naam van Greenton. Greenton boekte ontvangsten en uitgaven (dus ook de onderhavige belastingteruggave) steeds ten gunste of ten laste van de betrokken vennootschappen. Als de rekening-courant met Melkbussen werd
geclearedwerden de bedragen uitbetaald op de rekening van 11 CV, omdat Melkbussen geen eigen rekening had. Dit heeft nooit ter discussie gestaan. De belastingteruggave waar het in dit geding om gaat is niet direct na ontvangst te kwader trouw doorgeboekt aan GreenIPP Holding, zoals Melkbussen suggereert. De belastingteruggave is als een ontvangen bedrag in de boeken van Melkbussen opgenomen en is aangewend als werkkapitaal voor de ontwikkeling van onder meer Melkbussen, zoals gezegd een project van Obton. In dat kader is ook de lening aan GreenIPP Holding verstrekt. Er is dus geen directe link tussen de ontvangen belastingteruggave en de verstrekte lening en dus ook geen sprake van onrechtmatig handelen, zoals Melkbussen stelt. Voor beoordeling van de vordering van Melkbussen is verder van belang dat tussen Obton en GreenIPP een discussie is ontstaan over de managementvergoeding die GreenIPP toekwam. Obton liet de facturen van GreenIPP die betrekking hadden op Melkbussen onbetaald, ook na herhaalde verzoeken om betaling. Op 29 maart 2025 heeft GreenIPP Obton in gebreke gesteld voor een totaalbedrag van € 1.914.691. Kort daarna heeft Obton de onderhavige kwestie over de belastingteruggave opgeblazen tot enorme proporties, maar als Melkbussen een verrekeningsverklaring aflegt behoort het probleem tot het verleden. Obton en Melkbussen doen aldus aan
cherry picking.GreenIPP en GreenIPP Holding mogen zich niet beroepen op verrekening, maar Melkbussen wenst hun wel aan te spreken voor een vordering op Greenton.
4.De beoordeling
joint ventureGreenton). Eén onderdeel daaruit pakken en voor dat onderdeel een vordering in kort geding instellen is niet de wijze waarop een dergelijke ontvlechting zou moeten worden afgewikkeld.