Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, ontvangen op 14 april 2025,
- het instructievonnis van 1 mei 2025,
Rechtbank Amsterdam
Op 4 januari 2023 heeft gedaagde een koopovereenkomst voor een auto gesloten met eiser, waarbij een bedrag van €3.200 in termijnen betaald zou worden. Gedaagde betaalde slechts twee termijnen. Eiser vordert betaling van de resterende hoofdsom en rente.
Gedaagde voert verweer dat de overeenkomst feitelijk door een ander is gesloten en zij de auto nooit in bezit heeft gekregen. De kantonrechter oordeelt echter dat gedaagde de overeenkomst heeft ondertekend, de auto op haar naam staat en zij betalingen heeft verricht, zodat zij gehouden is tot betaling.
De kantonrechter toetst ambtshalve aan consumentenrecht en constateert dat eiser aan zijn informatieplicht heeft voldaan en dat geen algemene voorwaarden van toepassing zijn. De gevorderde hoofdsom is transparant en toewijsbaar.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaningen een te hoog bedrag bevatten dan wel niet voldoen aan wettelijke eisen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.600 hoofdsom en rente, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.