Eiseres ontving op 6 februari 2024 een urgentieverklaring van het college van burgemeester en wethouders van Diemen. Op 1 mei 2024 bood woningcorporatie Rochdale haar een woning aan die voldeed aan het zoekprofiel zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening Diemen 2022. Eiseres weigerde deze woning via haar begeleidster, die namens haar per e-mail aangaf dat de woning niet passend was vanwege de ligging op de zevende verdieping, het ontbreken van een tweede toilet en mogelijke liftstoringen.
Het college trok daarop op 23 mei 2024 de urgentieverklaring in. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd op 20 januari 2025 afgewezen. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank oordeelt dat de aangeboden woning voldeed aan het zoekprofiel, dat onder meer een gelijkvloerse woning of een woning bereikbaar met een lift omvatte. De mogelijke storingen aan de lift en het ontbreken van een tweede toilet waren geen geldige redenen om de woning als niet passend te bestempelen.
De rechtbank stelt vast dat eiseres op de hoogte was van het woningaanbod en de mogelijkheid om deze te accepteren, aangezien het aanbod rechtstreeks aan haar werd gestuurd en zij de woning heeft bezocht. De weigering via haar begeleidster werd door eiseres bevestigd en besproken. Hierdoor concludeert de rechtbank dat eiseres de woning heeft geweigerd, wat een geldige grond is voor intrekking van de urgentieverklaring. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.