Op 14 oktober 2024 bedreigde verdachte twee politieambtenaren met woorden als 'Ik ga een kogel door je kop jagen' en beledigde hij een van hen met racistische uitlatingen. De rechtbank achtte deze feiten bewezen op basis van verklaringen van de verbalisanten en proces-verbaal van bevindingen.
De verdediging stelde dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was door een psychische stoornis, maar de rechtbank concludeerde op basis van psychiatrisch advies en gedragsobservaties dat sprake was van verminderd toerekeningsvatbaarheid. Verdachte was bekend met een schizo-affectieve stoornis en vertoonde een verward en ontremd gedrag na zijn aanhouding.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee weken op, met aftrek van voorarrest, en hechtte waarde aan de ernst van de bedreigingen en beledigingen tegen politieambtenaren die een belangrijke publieke taak vervullen. Tevens werd een zorgmachtiging opgelegd om verplichte geestelijke gezondheidszorg te waarborgen tijdens detentie.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 22 januari 2025, waarbij tevens het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.