Uitspraak
zorgaanbieder: Arkin,
1.Procesverloop
2.Beoordeling
[…]
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 augustus 2025 het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging voor betrokkene, na vernietiging van een eerdere beschikking door de Hoge Raad op 11 juli 2025. Betrokkene en haar advocaat voerden aan dat de eerdere machtiging onrechtmatig was verleend vanwege schending van de hoorplicht en het ontbreken van een actuele medische verklaring.
De rechtbank oordeelde dat de vernietiging door de Hoge Raad betrekking had op de beschikking van 20 juni 2024, maar niet op de eerdere machtiging van 25 april 2024, waartegen geen cassatieberoep was ingesteld. De medische verklaring van 28 maart 2024 werd als voldoende actueel beoordeeld, gelet op de ziektegeschiedenis en continuïteit van het ziektebeeld van betrokkene.
Betrokkene werd geacht ernstig nadeel te ondervinden, waaronder acuut levensgevaar en gevaar voor ernstig lichamelijk letsel, mede gebaseerd op een dreiging tot brandstichting die betrokkene zelf bevestigde. De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk en proportioneel, met diverse maatregelen voor een periode van tien maanden.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verlening van een zorgmachtiging was voldaan en wees het overige verzochte af. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 15 september 2025 door rechter J.W.B. Snijders Blok.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van tien maanden.