ECLI:NL:RBAMS:2025:6501
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking van een B&B-vergunning en verzoek om voorlopige voorziening
Deze uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in het kader van de intrekking van een B&B-vergunning. De verzoeker, die op het adres [adres 1] te [plaats] een B&B exploiteert, is het niet eens met de intrekking van zijn vergunning door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De voorzieningenrechter heeft de zaak op 3 september 2025 behandeld en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het bezwaar van de verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. De intrekking van de vergunning is gebaseerd op het feit dat de verzoeker niet meer op het adres woont waarvoor de vergunning is verleend, en dat er meer aan de hand is dan alleen een administratieve wijziging van het huisnummer. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming is met de vergunde situatie, en dat het belang van de verweerder om een onrechtmatige situatie te beëindigen zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening en dat de B&B-vergunning ingetrokken blijft. Er is geen recht op vergoeding van griffierecht of proceskosten.