ECLI:NL:RBAMS:2025:6387

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 september 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
AWB - 25 _ 4313
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan connexiteit

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 1 september 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, ingediend op 14 juli 2025, niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek niet voldoet aan de vereisten van formele en materiële connexiteit, zoals gesteld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeker had eerder, op 9 augustus 2022, een bijstandsuitkering aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, maar het college heeft hier nooit op beslist. Dit leidde tot een regulier beroep op 14 juli 2025, waarbij verzoeker ook een voorlopige voorziening vroeg.

De voorzieningenrechter legt uit dat voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening, er een directe relatie moet zijn tussen het verzoek en het besluit waartegen beroep is ingesteld. In dit geval gaat het om een beroep wegens niet tijdig beslissen, wat een andere procedure is dan een reguliere beroepsprocedure. Verzoeker is meerdere keren gewezen op het ontbreken van de benodigde stukken en de gevolgen van het niet aanleveren daarvan. Ondanks deze waarschuwingen heeft verzoeker niet binnen de gestelde termijn de benodigde documenten ingediend, waardoor de voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, en de uitspraak is openbaar uitgesproken op 1 september 2025.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4313

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker van 14 juli 2025.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Awb maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Op 9 augustus 2022 heeft verzoeker een bijstandsuitkering aangevraagd bij het college. Het college heeft hier volgens eiser nooit een beslissing op genomen. Verzoeker heeft hiertegen op 14 juli 2025 een regulier beroep ingediend. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Uit de functie van artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Dat betekent dat voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening niet alleen nodig is dat tegen een besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter (formele connexiteit), maar ook dat wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken betrekking moet hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit).
5. Nu het in deze zaak gaat om een beroep niet tijdig beslissen, een andere procedure dan een reguliere beroepsprocedure, voldoet het beroepschrift van verzoeker niet. Met de brief van 31 juli 2025 is verzoeker erop gewezen dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld. Verzoeker is in de brief verzocht een kopie van het beroepschrift voor het beroep niet tijdig beslissen toe te sturen. Verzoeker is verzocht om binnen één week na de datum van verzending van die brief dit verzuim te herstellen. Verder is in de brief expliciet vermeld dat het niet toesturen van het gevraagde stuk kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Na het verstrijken van de termijn heeft de rechtbank geen kopie ontvangen. Op 4 augustus 2025 is verzoeker nogmaals een termijn van een week geboden om het verzoekschrift aan te vullen.
6. De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker niet binnen de hersteltermijn een kopie van het beroepschrift voor het beroep niet tijdig beslissen heeft toegestuurd. De nadere stukken die zijn ingediend zijn geen stukken waaruit de formele connexiteit blijkt. Zo heeft verzoeker een artikel uit het [krant] met als titel “Geen woningbouw op [locatie] , gemeente wil wel investeren om het open te stellen”, een brief van de gemeente Amsterdam waarin een briefadres wordt toegekend en twee brieven waarin een contactverbod wordt opgelegd overgelegd.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. Speksnijder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2025.
griffier
voorzieningenrechter
(de voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen)
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.