Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Poznańin Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juli 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse justitiële autoriteit. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte die in Nederland gedetineerd was.
Tijdens de zitting van 2 juli 2025 werd meegedeeld dat het EAB op 20 mei 2025 door de uitvaardigende autoriteit was ingetrokken. De rechtbank hield de behandeling voor bepaalde tijd aan om de officier van justitie in staat te stellen stukken te bestuderen en haar standpunt schriftelijk toe te lichten. De behandeling werd hervat op 16 juli 2025.
De rechtbank stelde vast dat de persoonsgegevens van de opgeëiste persoon correct waren en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. Gezien de intrekking van het EAB verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.