Uitspraak
1.[gedaagde ] ,
2.
ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, PLAATSELIJK BEKEND ALS [gedaagden],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Ymere vorderde in kort geding ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurder volgens haar niet meer zijn hoofdverblijf in de woning zou hebben en de woning ongeoorloofd zou zijn onderverhuurd. De huurder betwistte dit en stelde dat hij de woning nog steeds als hoofdverblijf gebruikt, ondanks frequente bezoeken aan zijn kinderen in Tunesië.
De kantonrechter benadrukte dat ontruiming in kort geding een zwaarwegende maatregel is die alleen kan worden toegewezen als aannemelijk is dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden. Ymere kon niet voldoende onderbouwen dat de huurder zijn hoofdverblijf had opgegeven. Hoewel de huurder veel tijd in Tunesië doorbrengt, is dit vanwege familiebezoek en heeft hij de intentie om in Nederland te blijven.
Ook de stelling dat de woning ongeoorloofd is onderverhuurd werd niet voldoende bewezen. Het enkele feit dat een andere persoon kort in de woning verbleef, was onvoldoende om onderverhuur aan te nemen. De kantonrechter oordeelde dat nader feitenonderzoek in een bodemprocedure nodig is.
Daarom werd de vordering tot ontruiming afgewezen en werd Ymere veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis beschermt de huurbescherming van de huurder en benadrukt de terughoudendheid bij ontruiming in kort geding.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de sociale huurwoning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat de huurder zijn hoofdverblijf heeft opgegeven of de woning ongeoorloofd heeft onderverhuurd.