Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:6067

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
11402080 \ CV EXPL 24-14548
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EGArt. 9.4 algemene voorwaardenECLI:EU:C:2021:68 (Dexia)ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing consumentenrecht en vernietiging oneerlijk rentebeding in kinderopvangovereenkomst

De Stichting Dynamo Voorscholen vordert betaling van €2.315,99 van gedaagde voor verleende kinderopvangdiensten, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend.

De kantonrechter constateert dat de facturen niet zijn overgelegd, waardoor de vordering onvoldoende is gespecificeerd en niet kan worden beoordeeld of de prijzen zijn verhoogd. Eisende partij wordt opgedragen de facturen alsnog te overleggen en dit voortaan direct bij dagvaarding te doen.

Omdat het een consumentenovereenkomst betreft, toetst de rechter ambtshalve het contract aan het consumentenrecht en de Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen. Het rentebeding in de algemene voorwaarden wordt als oneerlijk aangemerkt vanwege een te hoog rentepercentage van 1% per maand, wat een onevenredig hoge schadevergoeding vormt.

De kantonrechter is voornemens het rentebeding te vernietigen, waardoor eisende partij geen aanspraak meer kan maken op wettelijke rente. Voordat het beding wordt vernietigd, krijgt eisende partij de gelegenheid zich hierover uit te laten en moet zij de stukken tijdig aan gedaagde toezenden. De zaak wordt aangehouden tot de eerstvolgende rolzitting op 12 september 2025.

Uitkomst: De zaak is aangehouden voor overlegging van facturen en nadere uitlatingen over het oneerlijke rentebeding.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11402080 \ CV EXPL 24-14548
Vonnis van 15 augustus 2025
in de zaak van
STICHTING DYNAMO VOORSCHOLEN,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 oktober 2024, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 2.315,99 aan hoofdsom, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten, verminderd met tussentijdse betalingen van € 450,00. Eisende partij stelt dat zij op grond van een met gedaagde partij gesloten overeenkomst diensten heeft verleend, bestaande uit het verzorgen van kinderopvang. Gedaagde partij heeft niet voldaan aan de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.
2.2.
Op dit moment kan de vordering niet goed worden beoordeeld, omdat eisende partij de facturen niet heeft overgelegd. Hierdoor is de vordering onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd. Ook is niet duidelijk of de overeengekomen prijzen zijn verhoogd. Eisende partij dient daarom de onderliggende facturen bij akte in het geding te brengen. In het vervolg zal eisende partij dat direct bij dagvaarding moeten doen.
2.3.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.4.
Eisende partij maakt aanspraak op wettelijke rente, maar heeft in de algemene voorwaarden een rentebeding staan. Dat beding moet worden getoetst op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn, ongeacht of eisende partij zich daarop beroept. Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) moet de kantonrechter immers ook als eisende partij zich in de procedure niet beroept op het toepasselijke beding, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Indien een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen.
2.5.
Het rentebeding staat in artikel 9.4 van de algemene voorwaarden en luidt:
“Facturen dienen binnen veertien dagen na factuurdatum te worden voldaan, bij gebreke waarvan Opdrachtgever zonder nadere ingebrekestelling in verzuim is en Opdrachtgever alsdan een rentevergoeding is verschuldigd van één procent (1%) per maand over de openstaande hoofdsom vanaf de vervaldatum.”
2.6.
Het rentebeding wordt als oneerlijk aangemerkt, omdat het rentepercentage aanzienlijk hoger is dan de ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geldende wettelijke (handels)rentepercentages, waardoor het een onevenredig hoge schadevergoeding wordt geacht te zijn. De kantonrechter is daarom voornemens het beding ambtshalve te vernietigen. Gevolg hiervan is dat eisende partij geen beroep meer kan doen op het beding, maar ook geen aanspraak meer kan maken op wettelijke rente.
2.7.
Voordat tot vernietiging van het beding wordt overgegaan, mag eisende partij zich daarover uitlaten.
2.8.
Eisende partij dient de akte tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting ook aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
2.9.
De zaak wordt verwezen naar de rol. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
vrijdag 12 september 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating en overlegging facturen door eisende partij,
3.2.
bepaalt dat eisende partij de akte aan gedaagde partij moet toesturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.8,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2025.
991