Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de akte van eisende partij.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een procedure tussen een onderlinge waarborgmaatschappij en een gedaagde partij over een vordering gebaseerd op algemene voorwaarden van een verzekeringsovereenkomst uit 2001.
De verzekeraar heeft nagelaten duidelijk te maken op welke wijze de algemene voorwaarden op de verzekeringsovereenkomst van toepassing zijn verklaard en aan de gedaagde partij zijn verstrekt. Tevens is onduidelijk of de overgelegde algemene voorwaarden dezelfde zijn als die van het moment van totstandkoming van de overeenkomst, mede gezien het feit dat de euro pas in 2002 werd ingevoerd.
Ondanks een tussenvonnis waarin de verzekeraar werd verzocht nadere toelichting te geven, heeft zij niet voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank oordeelt daarom dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en wijst deze af. De verzekeraar wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil zijn vastgesteld.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de toepasselijkheid en eerlijkheid van de algemene voorwaarden.