Uitspraak
mr. H.C.L. Dekkers als griffier, ter zitting verschenen:
- [eiser] , bijgestaan door de gemachtigde;
- mr. V.J. Verhulst.
Rechtbank Amsterdam
De huurder huurde vanaf november 2021 een woning en betaalde een waarborgsom van €4.380,-. De huurder zegde de huurovereenkomst op 1 april 2024 om 00:41 uur op, 41 minuten te laat voor een opzegging per 30 april. De verhuurder stelde dat de huurovereenkomst op 31 mei eindigde en hield de waarborgsom in vanwege schade en onbetaalde huur over mei.
De huurder leverde de woning op 26 april 2024 in en bood aan zelf herstelwerkzaamheden uit te voeren, maar kreeg geen toegang omdat de huur over mei niet was betaald. De kantonrechter oordeelde dat het niet accepteren van de te late opzegging in strijd was met redelijkheid en billijkheid, waardoor de huurder de huur over mei niet verschuldigd was en de waarborgsom niet mocht worden verrekend.
Verder stelde de rechter dat de verhuurder de huurder de kans had moeten geven om de schade zelf te herstellen, wat niet was gebeurd. De vordering tot terugbetaling van de waarborgsom, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, werd toegewezen. De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De verhuurder moet de waarborgsom inclusief wettelijke rente en kosten aan de huurder terugbetalen.