ECLI:NL:RBAMS:2025:5969

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
15 augustus 2025
Zaaknummer
25/2229
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing aanvraag Werkloosheidswet door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 28 juli 2025 uitspraak gedaan in een beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van de Werkloosheidswet (WW) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Eiser, afkomstig uit Hongarije, had zijn aanvraag niet compleet ingediend en had verzuimd om de benodigde documenten, zoals een ontslagbrief en bevestiging van beëindiging van het dienstverband, te overleggen. Ondanks herhaalde verzoeken van verweerder om deze gegevens aan te leveren, heeft eiser hier geen gehoor aan gegeven. De rechtbank oordeelde dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om de benodigde informatie tijdig in te dienen en dat verweerder voldoende inspanningen heeft geleverd om contact met eiser te krijgen. Eiser heeft aangevoerd dat hij door psychische klachten niet in staat was om de documenten in te dienen, maar deze stelling was niet onderbouwd met bewijs. De rechtbank concludeerde dat eiser geen verwijt kan maken van de afwijzing van zijn aanvraag, aangezien hij niet adequaat heeft gereageerd op de verzoeken van verweerder. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat eiser geen recht heeft op vergoeding van het griffierecht. Eiser heeft de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen, mits hij bereikbaar blijft voor verdere informatieverzoeken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/2229

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] (Hongarije), eiser,

en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Bij besluit van 25 november 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser op grond van de Werkloosheidswet (WW) buiten behandeling gesteld.
Bij besluit van 30 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2025. Eiser was – zonder voorafgaand bericht – niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om informatie die voor de beslissing op de aanvraag nodig is en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen in te dienen. [1] Om de WW-aanvraag van eiser te beoordelen heeft verweerder een kopie van de ontslagbrief van eiser, een bevestiging dat het dienstverband is beëindigd en een kopie van de arbeidsovereenkomst nodig. Eiser heeft deze gegevens niet bij zijn aanvraag overgelegd.
2. Verweerder heeft eiser met de brieven van 8 november 2024 en 9 januari 2025 gevraagd om de ontbrekende gegevens alsnog op te sturen. Daarnaast heeft verweerder eiser op 16 december 2024 een e-mail gestuurd en op 6 januari 2025 een Sms-bericht met hetzelfde verzoek. Verder heeft verweerder op 16 december 2024, 6 januari 2025 en
14 januari 2025 geprobeerd telefonisch met eiser in contact te komen, maar heeft eiser niet kunnen bereiken. Eiser heeft hierna ook niet de gevraagde informatie overgelegd. Omdat eiser de gevraagde informatie niet heeft ingediend, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verweerder niet de beschikking had over alle gegevens die nodig zijn voor een beslissing op eisers aanvraag.
3. Niet is gebleken dat eiser geen verwijt kan worden gemaakt van het niet inleveren van de ontbrekende gegevens. Verweerder heeft zich op diverse wijzen ingespannen om contact met eiser te verkrijgen en heeft hem meerdere mogelijkheden geboden om de ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken. Eiser heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Van verweerder kan niet worden verwacht dat hij nog meer pogingen doet om eiser te stimuleren zijn aanvraag compleet te maken.
4. Eiser heeft aangevoerd dat hij vanwege psychische klachten niet in staat was om de benodigde stukken in te dienen. Hij heeft deze enkele stelling echter niet onderbouwd met bijvoorbeeld medische stukken waardoor hieraan naar het oordeel van de rechtbank geen doorslaggevende waarde kan worden toegekend. Dat eiser in beroep alsnog de verzochte informatie heeft ingediend, maakt evenmin dat hem geen verwijt kan worden gemaakt. Dit was immers buiten de door verweerder gegeven termijn. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om eerder adequaat te handelen op informatieverzoeken van verweerder. Dit heeft hij nagelaten. Eiser was gelet op een eerdere WW-aanvraag bovendien op de hoogte dat hij deze gegevens moest indienen bij een WW-aanvraag.
5. Op de zitting heeft verweerder aangegeven dat eiser de mogelijkheid heeft om een nieuwe WW-aanvraag in te dienen. Verweerder zal in dat geval alsnog beoordelen of eiser recht heeft op een WW-uitkering. Daarbij heeft verweerder wel aangegeven dat eiser in dat geval bereikbaar moet blijven voor eventuele nieuwe informatieverzoeken.

Conclusie

6. Uit het voorgaande volgt dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom heeft eiser ook geen recht op vergoeding van het griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.J.A. van Eck, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2025.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.