ECLI:NL:RBAMS:2025:5966

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
15 augustus 2025
Zaaknummer
24/7796
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de AOW-pensioenstatus van een in Zweden wonende eiser in relatie tot zijn echtgenote in Nederland

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 6 augustus 2025 uitspraak gedaan in een geschil over de AOW-pensioenstatus van eiser, die in Zweden woont, terwijl zijn echtgenote in Nederland verblijft. Eiser, geboren in 1948, ontving sinds 2013 een AOW-pensioen naar de norm voor gehuwden. Na een handhavingsonderzoek in 2023 heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vastgesteld dat eiser en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven, wat heeft geleid tot een ongegrond verklaard bezwaar van eiser tegen het besluit van de SVB om zijn pensioenstatus niet te wijzigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de fysieke afstand en het ontbreken van een gedeeld huishouden op zichzelf onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van duurzaam gescheiden leven. Eiser en zijn echtgenote hadden regelmatig contact en gaven hun huwelijk op een eigen wijze invulling, waarbij de affectieve band tussen hen in stand was gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de SVB terecht heeft vastgesteld dat eiser in 2024 als gehuwde moet worden aangemerkt en dat er geen recht is op een AOW-pensioen voor alleenstaanden. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard, en hij heeft geen recht op vergoeding van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/7796

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] (Zweden), eiser,

en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Marijnissen).

Procesverloop

Bij besluit van 31 mei 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten dat het pensioen van eiser op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) niet verandert.
Bij besluit van 21 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1948 in Nederland. Hij was gehuwd met [naam] (hierna: zijn echtgenote). Vanaf 2005 woont eiser in Zweden en woonde zijn echtgenote in Nederland. Eiser heeft hierna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en een AOW-aanvraag ingediend. Hij ontvangt vanaf 25 maart 2013 een AOW-pensioen naar de norm voor een gehuwde. Op verzoek van eiser heeft verweerder in 2017 besloten dat het AOW-pensioen van eiser niet wijzigt, omdat eiser en zijn echtgenote niet voldoen aan de voorwaarden voor duurzaam gescheiden leven. In 2023 heeft verweerder eiser en zijn echtgenote op aselecte wijze geselecteerd voor een (handhavings)onderzoek waarin de woon-leefsituatie van eiser en zijn echtgenote opnieuw wordt vastgesteld.
2. Met het primaire besluit heeft verweerder besloten dat het AOW-pensioen van eiser niet verandert omdat eiser niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder komt tot deze conclusie doordat volgens verweerder eiser en zijn echtgenote dermate veel sociaal contact hebben, eiser en zijn echtgenote zich als echtpaar presenteren en zorg dragen voor elkaar. Volgens verweerder kan daardoor niet worden gesteld dat eiser en zijn echtgenote hun levens leiden als ware zij niet gehuwd.
3. Tijdens de beroepsfase heeft eiser de rechtbank meegedeeld dat zijn echtgenote na een kort ziekbed op [datum] 2025 is overleden.
Het oordeel van de rechtbank
4. De rechtbank beoordeelt in dit geschil of verweerder terecht het AOW-pensioen van eiser vanaf 2024 niet heeft herzien naar een pensioen voor een alleenstaande. De rechtbank is uitsluitend bevoegd om het bestreden besluit te beoordelen en heeft geen rechtsmacht om andere besluiten of zaken die buiten het bestreden besluit vallen, in haar oordeel te betrekken. Voor zover eiser heeft gesteld dat verweerder hem onterecht niet heeft geïnformeerd over de korting op zijn AOW-pensioen bij verblijf in het buitenland, strekt dit dan ook niet tot de omvang van dit geschil. De rechtbank kan in dit geschil ook niet beoordelen of eiser vanaf 2013 recht heeft op een AOW-pensioen voor een alleenstaande.
Is het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel?
5. Eiser heeft zijn ontevredenheid geuit over het feit dat verweerder een huisbezoek heeft verricht zonder voorafgaande aankondiging. Eiser verwijst hierbij naar het geldende protocol, waarin is bepaald dat een huisbezoek bij een redelijk vermoeden van fraude niet vooraf wordt aangekondigd. Eiser stelt dat dit onaangekondigde huisbezoek heeft geleid tot aanzienlijke stress, mede gezien de ernstige gezondheidsproblemen van zijn echtgenote. Verweerder heeft deze klacht buiten deze procedure om behandeld en gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een klacht bij de ombudsman indien eiser het niet eens zou zijn met de gehanteerde werkwijze. Daarbij heeft verweerder uitdrukkelijk aangegeven dat er geen sprake was van een vermoeden van fraude.
6. De rechtbank neemt aan dat het huisbezoek, en in het bijzonder de onverwachte aard daarvan, stress en ongemak heeft veroorzaakt voor eiser en zijn echtgenote. Dit leidt echter niet zonder meer tot de conclusie dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Het protocol voorziet immers in het niet aankondigen van een huisbezoek indien sprake is van een redelijk vermoeden van fraude én in het uitvoeren van een onaangekondigd huisbezoek wanneer geen fraude wordt vermoed. In het geval van eiser was geen enkel vermoeden van fraude. De handhavers van verweerder hebben met eiser en zijn echtgenote een vragenlijst ingevuld. Eiser betwist de juistheid van de feiten die op het door hen ondertekende formulier zijn vastgelegd niet. Naar het oordeel van de rechtbank is het huisbezoek dan ook niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Heeft eiser vanaf 2024 recht op een AOW-pensioen voor een alleenstaande?
7. Vast staat dat eiser in deze periode getrouwd was met zijn echtgenote. In geschil is de vraag of eiser alsnog in aanmerking komt voor een pensioen voor een alleenstaande ondanks dat hij is gehuwd. Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. Het is dus de vraag of in het geval van eiser sprake is van een duurzaam gescheiden leven.
8. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep [2] is van duurzaam gescheiden levende echtgenoten sprake als ten minste één van hen de huwelijkse samenleving wil verbreken, ieder van hen afzonderlijk zijn eigen leven leidt alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd en ten minste één van hen deze situatie als blijvend bedoelt. Dit zal moeten blijken uit de feitelijke omstandigheden.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht vastgesteld dat in het geval van eiser en zijn echtgenote in 2024 geen sprake was van duurzaam gescheiden leven. Uit de gedingstukken blijkt dat eiser en zijn echtgenote elkaar jaarlijks meerdere keren fysiek ontmoetten, waarbij zij gedurende enkele weken samen verbleven. Daarnaast onderhielden zij dagelijks contact via videobellen, hetgeen wijst op structurele en wederzijdse betrokkenheid. Voorts bleven zij zich naar buiten toe presenteren als echtgenoten. De enkele omstandigheid dat eiser en zijn echtgenote woonachtig waren in verschillende landen, leidt niet tot een ander oordeel. De fysieke afstand en het ontbreken van een gedeeld huishouden vormen op zichzelf onvoldoende grond om te concluderen dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. In dit geval blijkt dat eiser en zijn echtgenote hun huwelijk op een eigen wijze invulling gaven, waarbij de affectieve band tussen hen in stand was gebleven. De vergelijking die eiser maakt met situaties van derden leidt evenmin tot een ander oordeel. De beoordeling of sprake is van duurzaam gescheiden leven is afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel met anderen die zich in een mogelijk vergelijkbare situatie zouden bevinden, treft dan ook geen doel.
Conclusie
10. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiser in 2024 terecht als gehuwde in de zin van de AOW heeft aangemerkt en dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.
11. Het beroep is ongegrond. Daarom heeft eiser ook geen recht op vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.J.A. van Eck, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
6 augustus 2025.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.
Het indienen van een hogerberoepschrift kan digitaal via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl of door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van