ECLI:NL:RBAMS:2025:5821

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
13-157187-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 157 SrArt. 189 SrArt. 285 SrArt. 2 OLW
Verwijzingen
16 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met terugkeergarantie en weigering overdracht inbeslaggenomen goed

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 augustus 2025 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Oostenrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Oostenrijkse justitiële autoriteiten. De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en de strafbare feiten betroffen onder meer deelneming aan een criminele organisatie en georganiseerde overval, die volgens de Overleveringswet (OLW) voldoen aan de lijstfeiten waarvoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden getoetst.

De rechtbank constateerde dat voor andere feiten, zoals bedreiging en opzettelijk ontploffingen veroorzaken, wel dubbele strafbaarheid vereist is, maar dat hieraan is voldaan. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en heeft sterke banden met Nederland, waardoor een terugkeergarantie is afgegeven dat een eventueel opgelegde straf in Nederland kan worden uitgezeten.

De rechtbank weigerde echter het verzoek tot overdracht van een inbeslaggenomen mobiele telefoon aan de Oostenrijkse autoriteiten omdat deze overdracht niet door een rechterlijke autoriteit was goedgekeurd, zoals vereist. De overlevering van de persoon zelf werd wel toegestaan omdat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en geen weigeringsgronden aanwezig zijn.

De uitspraak is onherroepelijk en werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van A.K. Glerum. De beslissing bevestigt de toepassing van de Europese samenwerking op het gebied van strafrecht met waarborgen voor de rechten van de opgeëiste persoon.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Oostenrijk toe en weigert de overdracht van een inbeslaggenomen telefoon wegens ontbrekende rechterlijke goedkeuring.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-157187-25
Datum uitspraak: 7 augustus 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 2 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 mei 2025 door
the Vienna Public Prosecutor’s Office, Oostenrijk – met goedkeuring van
the Regional Courtin Wenen, Oostenrijk – (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1992,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. M. Jonk, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon in ieder geval de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
court-approved arrest order issued by the Vienna Public Prosecutor's Office on 21st May 2025.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Oostenrijks recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
Het EAB betreft verder een verzoek om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon.

4.Strafbaarheid

4.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst een deel van de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;
georganiseerde of gewapende overval.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft een deel van de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om de vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarmede het misdrijf is gepleegd, aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekken.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Uit de omstandigheid dat de raadsman namens de opgeëiste persoon heeft medegedeeld zijn verweer over het ontbreken van een terugkeergarantie niet te zullen voeren aangezien hij ter zitting inmiddels kennis heeft genomen van de recent verstrekte terugkeergarantie, leidt de rechtbank af dat de opgeëiste persoon zich ook beroept op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW.
De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4] Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De rechter van het
Landesgericht für Strafsachen Wien/Criminal Court of Vienna, Abteilung/Dep. 331 HR Wien/Viennaheeft de volgende garantie gegeven:
In case the wanted person,[opgeëiste persoon] (born [geboortedag 2] 1992 in [geboorteplaats] , the Netherlands), after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Austria, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ, § 29 Abs. 3 EU-JZG).
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. De rechtbank heeft geconstateerd dat de geboortedag van de opgeëiste persoon in deze garantie onjuist is vermeld, namelijk [geboortedag 2] 1992 in plaats van [geboortedag 1] 1992. De rechtbank heeft echter ook geconstateerd dat de Oostenrijkse autoriteiten in de overige stukken (waaronder in het EAB en in het goedkeuringsbesluit van de rechtbank) wel de juiste geboortedag vermelden, zodat de rechtbank het hier op een kennelijke verschrijving houdt die niet raakt aan de genoegzaamheid van de garantie.

6.Overdracht in beslag genomen goed

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht te beslissen tot afgifte van een onder de opgeëiste persoon in beslag genomen telefoon (met goednummer: PL0900-2025168901-3532235) aan de Oostenrijkse autoriteiten. Ter zitting heeft de officier van justitie dit verzoek overgelegd.
Oordeel van de rechtbank
Uit de ter zitting door de officier van justitie overgelegde en thans in het dossier gevoegde e-mail van 23 mei 2025 van de Oostenrijkse autoriteiten, volgt dat het verzoek van de
the Vienna Public Prosecutor’s Officetot de overdracht van de in beslag genomen telefoon niet – op gelijke wijze als het EAB – door een rechterlijke autoriteit is goedgekeurd. In deze mail staat namelijk vermeld:
“The relevant court approval is in the process of being obtained and will be sent immediately upon receipt.”Een dergelijke goedkeuring dient naar het oordeel van de rechtbank wel te zijn verleend, voordat tot toewijzing van het verzoek tot overdracht kan worden overgegaan. [5]
Gelet op het voorgaande, wijst de rechtbank het verzoek tot overdracht aan de Oostenrijkse autoriteiten van de in beslag genomen telefoon af. Dit laat onverlet dat de overdracht van de telefoon eventueel op een later moment met een Europees onderzoeksbevel kan worden bewerkstelligd.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47, 157, 189, 285 Wetboek van Strafrecht, 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Vienna Public Prosecutor’s Office, Oostenrijk – met goedkeuring van
the Regional Courtin Wenen, Oostenrijk – voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
WEIGERTde afgifte van de in beslag genomen voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, te weten:
- een mobiele telefoon van het merk Apple (goednummer: PL0900-2025168901-3532235)
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. J.M. Esschendal en M.C. Hooibrink, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 augustus 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (
5.Zie Hof van Justitie van de Europese Unie, 9 oktober 2019, C-489/19 PPU, N.J. (Openbaar ministerie Wenen) ECLI:EU:C:2019:849.