De rechtbank Amsterdam heeft op 31 juli 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit. Het EAB betreft de overlevering van een persoon die wordt verdacht van deelname aan een professionele georganiseerde plofkraak in Duitsland.
De verdediging voerde aan dat het EAB niet genoegzaam was omdat onvoldoende duidelijk zou zijn welke concrete handelingen de opgeëiste persoon zou hebben verricht. De officier van justitie stelde dat het EAB wel voldoende informatie bevatte over de pleegplaats, datum en de rol van de verdachte, en dat het vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van de Duitse rechter.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, met een voldoende omschrijving van het strafbare feit, de betrokkenheid van de opgeëiste persoon en de naleving van het specialiteitsbeginsel. Omdat het strafbare feit voorkomt op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet en de maximale straf in Duitsland ten minste drie jaar bedraagt, is dubbele strafbaarheid niet vereist. Er zijn geen weigeringsgronden en de overlevering wordt toegestaan.
Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De overlevering wordt daarmee definitief toegestaan.