AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg deels toegewezen ondanks betwisting stoornis
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 juli 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, die wordt verzorgd door GGZ inGeest. Betrokkene en zijn raadsman verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat er geen sprake is van een psychische stoornis, maar slechts relationele problemen die met ambulante gesprekken kunnen worden opgelost.
De rechtbank verwierp dit verweer op basis van medische verklaringen en het proces-verbaal van de politie. De arts verklaarde dat betrokkene een manische episode had doorgemaakt met restverschijnselen en een vermoeden van een bipolaire stoornis. Hoewel betrokkene momenteel stabiel is door medicatie, achtte de arts verplichte zorg noodzakelijk om de stabiliteit te waarborgen en escalatie te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat de stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, financiële schade en maatschappelijke teloorgang. Omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is, werd een zorgmachtiging verleend voor twee maanden met maatregelen zoals medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht. De rechtbank achtte de zorg evenredig en effectief en wees het overige verzoek af.
De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter Terwee, met een schriftelijke uitwerking op 23 juli 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg gedurende twee maanden met beperkingen en maatregelen, ondanks betwisting van de stoornis.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/771311 – FA RK 25/4694
kenmerk: ZM/IND/172493
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 9 juli 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. H.J.J. Hendrikse te Amsterdam.
1.Procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 juni 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025 in de accommodatie van GGZ inGeest, locatie [locatie] . Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- dhr. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2.Beoordeling
2.1.
Door en namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek verzocht, nu er volgens hem geen sprake is van een psychische stoornis. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat hij tot rust is gekomen en dat het vooral gaat om een relationeel probleem. Voor hem is het voldoende om gesprekken te blijven voeren met het ambulant team.
2.2.
Dit verweer van betrokkene wordt verworpen. Gelet op de in het dossier aanwezige medische verklaring en het proces-verbaal van de politie wordt er door de rechtbank vanuit gegaan dat sprake is van een psychische stoornis. De arts heeft tijdens de mondelinge behandeling verder medegedeeld dat sprake was van een manie en dat die weliswaar naar de achtergrond is verdwenen, maar dat er nog restverschijnselen aanwezig zijn en dat er een vermoeden bestaat van een bipolaire stoornis. Volgens de arts is betrokkene momenteel stabiel, maar komt dit mede door de medicatie. Betrokkene heeft een manische episode doorgemaakt wat heeft geleid tot verschillende problematiek. Het is volgens de arts wel moeilijk om boven water te krijgen wat er precies speelt. Een deel van de lezing die betrokkene geeft over de gebeurtenissen wordt ondersteund door zijn broer, waar hij binnenkort naar toe kan. Om de stabiliteit te waarborgen en om snel in te kunnen grijpen als het toch mis gaat acht de arts een zorgmachtiging noodzakelijk.
2.3.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit is de rechtbank van oordeel dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Volgens betrokkene en zijn advocaat is er nog steeds sprake van een relationeel probleem en gaat betrokkene echtscheiding aanvragen. Zonder passende behandeling is met name het risico op maatschappelijke teloorgang groot, aangezien betrokkene voorafgaand aan de opname grote schulden heeft opgebouwd en daarnaast bestaat er een kans op fysieke escalatie. Betrokkene mag binnenkort met ontslag, wat een spannende periode met zich meebrengt. Belangrijk is dat de zorg goed overgedragen wordt aan het ambulante team.
2.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Gelet op de tijdens de mondelinge behandeling door de arts geuite twijfels en omdat betrokkene ook een blanco voorgeschiedenis heeft in de psychiatrie wordt de zorgmachtiging aanzienlijk in duur beperkt. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende twee maanden:
toedienen van medicatie;
beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten,
uitoefenen van toezicht op betrokkene,
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
opnemen in een accommodatie.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van twee maanden. De rechtbank is van oordeel dat in deze periode een ambulant behandeltraject opgezet kan worden en dat vervolgens kan worden geëvalueerd hoe het na afloop van deze periode is gegaan.
3.Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.5 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 9 september 2025.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 9 juli 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 23 juli 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.