AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beschikking tot benoeming van drie deskundigen voor onderzoek naar putcorrosie bij vliegtuigonderdelen
In deze civiele zaak tussen Transavia France S.A.S. en Fokker Techniek B.V., met Air Europa als belanghebbende partij, heeft de rechtbank Amsterdam op 24 juli 2025 een beschikking gegeven op het verzoek van Transavia tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 RvPro.
De rechtbank benoemt drie deskundigen, te weten de heren R. Crew, A.N. Woodhouse en A.J. Houston, die gezamenlijk onderzoek zullen verrichten naar de oorzaken en waarneembaarheid van putcorrosie op de huid van een Boeing 737-800, de ontdekking van deze corrosie in 2022, en de vraag of deze corrosie reeds in 2018 aanwezig was tijdens werkzaamheden van Fokker. Tevens dienen zij te beoordelen of Fokker haar onderhouds- en reparatieprocedures correct heeft gevolgd.
Partijen hebben bevestigd dat de voorgestelde deskundigen bereid zijn het onderzoek uit te voeren, en stemmen in met de benoeming van een derde deskundige. Het deskundigenrapport zal in het Engels worden opgesteld. De rechtbank wijst de tegenverzoeken van Fokker en Air Europa om afschrift van gegevens af en veroordeelt Fokker in de proceskosten van € 2.094,00, te vermeerderen met eventuele bijkomende kosten.
De rechtbank legt partijen een wettelijke medewerkingsplicht op aan het deskundigenonderzoek en stelt nadere voorwaarden aan de uitvoering en rapportage van het onderzoek. Het rapport dient binnen vier maanden na betaling van het voorschot te worden ingediend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig deskundigenbericht toegewezen, drie deskundigen benoemd, tegenverzoeken afgewezen en Fokker veroordeeld in proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer / rekestnummer: C/13/756405 / HA RK 24-295
Beschikking van 24 juli 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
TRANSAVIA FRANCE S.A.S.,
gevestigd te Orly, Frankrijk,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,
hierna te noemen: Transavia,
advocaat: mr. V.R. Pool,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOKKER TECHNIEK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,
hierna te noemen: Fokker,
advocaat: mr. S.L. Boersen,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
AIR EUROPA LÍNEAS AÉREAS S.A.U.,
gevestigd te Llucmajor, Spanje,
belanghebbende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek,
hierna te noemen: Air Europa,
advocaat: mr. N. Bekri.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 1 mei 2025 (hierna: de tussenbeschikking) en de daarin genoemde stukken,
- het e-mailbericht van 28 mei 2025 met bijlage van Fokker, waaruit blijkt dat de door haar voorgestelde deskundige bereid is om het onderzoek uit te voeren,
- de akte uitlating met producties van Transavia, waaruit blijkt dat de door haar voorgestelde deskundige bereid is om het onderzoek uit te voeren en een derde deskundige is voorgedragen,
- het e-mailbericht van 11 juni 2025 van Fokker, waaruit blijkt dat zij instemt met het benoemen van de derde deskundige,
- het e-mailbericht van 12 juni 2025 van Air Europa, waaruit blijkt dat zij instemt met het benoemen van de derde deskundige.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een beschikking wordt uitgesproken.
2.De verdere beoordeling
2.1.
In de tussenbeschikking heeft de rechtbank het verzoek van Transavia tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht toegewezen. De rechtbank heeft elk van partijen vervolgens verzocht om te bevestigen dat de door hen zelf voorgestelde deskundige bereid is om als deskundige in opdracht van de rechtbank het onderzoek uit te voeren, en om zich uit te laten over de persoon van een te benoemen derde deskundige. Partijen hebben zich over deze onderwerpen uitgelaten.
Deskundigen
2.2.
Partijen hebben ieder een schriftelijke bevestiging van de door hen zelf voorgestelde deskundige overgelegd, waaruit blijkt dat zij in staat en bereid zijn om het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal daarom zowel de heer R. Crew als de heer A.N. Woodhouse als deskundige benoemen.
2.3.
Partijen zijn het erover eens dat als derde deskundige op het gebied van corrosie kan worden benoemd: de heer A.J. Houston verbonden aan Minton, Treharne & Davies Group. Uit zijn verklaring blijkt dat hij geen persoonlijke of zakelijke banden heeft met één van partijen en dat hij bereid is de benoeming te aanvaarden. De rechtbank zal hem daarom als derde deskundige benoemen.
Vragen
2.4.
Aan de deskundigen zullen de in de tussenbeschikking opgenomen vragen worden voorgelegd. Deze vragen zijn in de beslissing vermeld. De rechtbank laat het verder aan de deskundigen op welke manier zij hun onderlinge samenwerking precies zullen vormgeven.
Kosten
2.5.
Zoals de rechtbank in de tussenbeschikking onder r.o. 6.13. heeft overwogen, zal het voorschot op de kosten van de deskundige door Transavia worden betaald.
2.6.
De rechtbank zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Het deskundigenbericht
2.7.
Omdat zowel de deskundigen als partijen Engelstalig zijn, heeft het de voorkeur van partijen om het deskundigenrapport in de die taal te laten opstellen. De rechtbank bepaalt daarom dat het deskundigenrapport in de Engelse taal zal worden opgesteld.
Slotopmerkingen
2.8.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.9.
Als een partij op verzoek van een deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan een deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
De (voorwaardelijke) tegenverzoeken om afschrift van gegevens
2.10.
In de tussenbeschikking is al aangekondigd en toegelicht dat de tegenverzoeken van Fokker en Air Europa om afschrift van gegevens te ontvangen worden afgewezen.
Proceskosten
2.11.
Nu het verzoek van Transavia wordt toegewezen en de tegenverzoeken van Fokker en Air Europa worden afgewezen, wordt Fokker als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) veroordeeld. De proceskosten van Transavia worden begroot op:
- griffierecht
€
688,00
- salaris advocaat
€
1.228,00
(2 punten × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.094,00
3.De beslissing
De rechtbank
het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht
3.1.
beveelt een onderzoek door drie deskundigen voor de beantwoording van de volgende vragen:
Kunt u in algemene zin iets zeggen over (de oorzaken van) putcorrosie op de huid van een vliegtuig, zoals een Boeing 737-800, en op welke wijze putcorrosie waarneembaar is?
Wanneer en onder welke omstandigheden is de putcorrosie in 2022 ontdekt?
In hoeverre zijn de door Transavia opgeslagen panelen waar in 2022 putcorrosie op is geconstateerd nog bruikbaar voor het onderzoek?
Kunt u vaststellen of de corrosie en schade aan panelen 141A3816, 141A331, 143AA3111-11, 144A3111-24 en 144A3111-2 die in 2022 is vastgesteld en in randnummer 2.25 van het verzoekschrift is gespecificeerd, al in 2018 aanwezig was toen Fokker haar werkzaamheden aan het vliegtuig uitvoerde? Kunt u bij uw beantwoording van deze vraag het gebruik en de onderhoudsgeschiedenis van het vliegtuig tussen 2018 en 2022 betrekken?
Indien vraag 4 bevestigend is beantwoord, kunt u aangeven of Fokker deze corrosie en schade in 2018 had behoren te identificeren en rapporteren aan Boeing als typecertificaat houder, en deze schade tevens had behoren te repareren, alvorens over te gaan tot ‘release tot service’. Welke procedures diende Fokker daarbij te volgen en kunt u vaststellen of deze procedures naar behoren zijn gevolgd?
Welke reparatieprocedures diende Fokker te volgen bij de reparatie- en onderhoudswerkzaamheden en kunt u vaststellen of de werkzaamheden aan de panelen 141A3721, 143A3252, 143A3131 en 146A3231 overeenkomstig de daarvoor geldende procedures en instructies van Boeing zijn uitgevoerd?
Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
3.2.
benoemt tot deskundigen:
De heer R. Crew
o.a. verbonden aan AirTanker Limited
correspondentieadres: [adres 1]
telefoon: [telefoonnummer 1]
e-mailadres: [e-mailadres 1]
De heer A.N. Woodhouse
verbonden aan de expertise-organisatie Charles Taylor
correspondentieadres: [adres 2]
telefoon: [telefoonnummer 2]
e-mailadres: [e-mailadres 2]
De heer A.J. Houston
verbonden aan Minton, Treharne & Davies Group
correspondentieadres: [adres 3]
telefoon: [telefoonnummer 3]
e-mailadres: [e-mailadres 3]
3.3.
bepaalt dat de deskundigen hun onderzoek dienen te verrichten aan de hand van de hierboven opgenomen vragen en laat het verder aan de deskundigen over op welke manier zij hun samenwerking precies vormgeven,
3.4.
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking en van de tussenbeschikking van 1 mei 2025 aan de deskundigen zal toezenden,
het voorschot
3.5.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:
- de deskundigen moeten binnen twee wekenna de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundigen vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst binnen twee wekenna dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundigen worden vastgesteld op het door de deskundigen begrote bedragen,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechtbank worden vastgesteld,
3.6.
bepaalt dat Transavia het voorschot dient over te maken binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.7.
draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen van betaling van het voorschot,
3.8.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
het onderzoek
3.9.
bepaalt dat (de advocaat van) Transavia binnen 2 weken na heden het procesdossier in afschrift aan de deskundigen moeten toesturen,
3.10.
bepaalt dat de deskundigen het onderzoek zelfstandig zullen instellen op de door de deskundigen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.11.
wijst de deskundigen erop dat:
- de deskundigen voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundigen het onderzoek pas beginnen na het bericht van de griffier over betaling van het voorschot,
- de deskundigen het onderzoek onmiddellijk staken en contact opnemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundigen bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het schriftelijk bericht vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundigen partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dienen te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundigen dit onderzoek niet mogen uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundigen hierop hebben gereageerd,
3.12.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen moeten verstrekken als de deskundigen daarom vragen, de deskundigen toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.13.
draagt de deskundigen op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot één schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.14.
wijst de deskundigen erop dat:
- het deskundigenbericht in de Engelse taal moet worden opgesteld,
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundigen is gebaseerd,
- de deskundigen een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundigen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundigen daarop moeten vermelden,
3.15.
bepaalt dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
de (voorwaardelijke) tegenverzoeken om afschrift van gegevens
3.16.
wijst de verzoeken van Fokker en Air Europa af,
alle verzoeken (het verzoek en de voorwaardelijke tegenverzoeken)
3.17.
veroordeelt Fokker in de proceskosten van € 2.094,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Fokker niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Voetelink, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2025.