AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overlijden verdachte
Op 27 juni 2025 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte geboren in 1998. Verdachte werd beschuldigd van meervoudige mishandeling van een slachtoffer op of omstreeks 18 mei 2018 in Amsterdam, waarbij geweld met gebalde vuisten en trappen werd gepleegd.
Tijdens de zitting heeft de officier van justitie gesteld dat vervolging niet mogelijk is omdat verdachte op 10 november 2024 is overleden. De rechtbank bevestigde dat op grond van artikel 69 vanPro het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering door het overlijden van verdachte is vervallen.
Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank sprak het vonnis uit in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens overlijden van verdachte.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/097997-18
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998.
1.Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.A. Nijs, en van wat de raadsman, mr. M.M.J. Nuijten, naar voren heeft gebracht.
2.Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
primair:
hij op of omstreeks 18 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [straatnaam] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het
- ( meermalen) (met gebalde vuist) stompen/slaan tegen het hoofd en/of het lichaam van deze [slachtoffer] , en/of
- ( meermalen) trappen/schoppen tegen het hoofd en/of het lichaam van deze [slachtoffer] ;
subsidiair:
hij op of omstreeks 18 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer]
- ( meermalen) (met gebalde vuist) te stompen/slaan tegen zijn hoofd en/of lichaam, en/of
- ( meermalen)te trappen/schoppen tegen zijn hoofd en/of lichaam.
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte, nu verdachte is overleden.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het dossier blijkt dat verdachte op 10 november 2024 is overleden. Ingevolge artikel 69 vanPro het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen. Gelet hierop zal de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van verdachte.
4.Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] wordt, gelet op het overwogene onder 3, in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
5.Beslissing
De rechtbank komt op grond hiervan tot de volgende beslissing.
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijkin zijn vordering.
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.M.M. Gabel, voorzitter,
mrs. B. Vogel en K.A. Brunner, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.L.M. Meulman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 juni 2025.