Het echtpaar heeft een aannemingsovereenkomst gesloten met een bouwbedrijf voor het leveren en plaatsen van kozijnen aan hun woning. Een deel van de kozijnen is gebrekkig geplaatst en twee derde is nooit geplaatst. Na ingebrekestelling is herstel uitgebleven, waardoor de aannemer in verzuim is gesteld.
De aannemer voerde onder meer onduidelijkheid over de kozijnen, overmacht door leverancier en een te korte ingebrekestellingstermijn aan, maar deze verweren werden verworpen. De vertraging door de leverancier is voor risico van de aannemer en er is onvoldoende bewijs van een daadwerkelijke bestelling van vervangende kozijnen.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van toerekenbare tekortkoming en veroordeelt de aannemer tot terugbetaling van het betaalde bedrag, vergoeding van herstelkosten, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vordering wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.