De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van een 26-jarige man die werd verdacht van mensensmokkel door het behulpzaam zijn bij het verschaffen van toegang en verblijf aan prostituees zonder geldige verblijfsstatus. Verdachte werd ervan verdacht deze vrouwen te hebben vervoerd in de periode van november 2022 tot maart 2024, onder meer tijdens hun werkzaamheden in de prostitutiesector.
Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte medepleger was omdat hij de vrouwen vervoerde en redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zij onrechtmatig verbleven. De verdediging betoogde dat er geen bewijs was dat verdachte wetenschap had van de illegale verblijfsstatus van de vrouwen en dat hij niet nauw en bewust met anderen had samengewerkt.
De rechtbank oordeelde dat het enkel vervoeren van de vrouwen, zelfs naar locaties waar zij prostitutiewerk verrichtten, onvoldoende bewijs vormt voor wetenschap of grove schuld omtrent hun verblijfsstatus. Ook het aantreffen van parkeertickets voor Schiphol in de auto van verdachte was onvoldoende om betrokkenheid bij vervoer vanaf het vliegveld vast te stellen. Er waren geen andere feiten die op wetenschap van het wederrechtelijk verblijf wezen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van het ten laste gelegde mensensmokkel. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 23 juli 2025.