ECLI:NL:RBAMS:2025:5343
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.F. Vastenburg
- M.C.H. Broesterhuizen
- H.H.J. Zevenhuijzen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk vervoer van MDMA
Op 8 juli 2025 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk vervoeren van ongeveer 2030 gram MDMA. Verdachte was bijrijder in een voertuig waarin de drugs werden aangetroffen, in een tas die op naam van verdachte stond.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van acht maanden, terwijl de verdediging stelde dat het tenlastegelegde niet bewezen kon worden. De rechtbank oordeelde dat ondanks dat de MDMA in de tas van verdachte werd gevonden, er reële alternatieve scenario’s mogelijk waren waarin verdachte geen wetenschap had van de drugs.
Omdat er geen aanvullend onderzoek was verricht om dit te verhelderen, kon de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte opzettelijk betrokken was bij het vervoer van de MDMA. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk vervoer van MDMA.