ECLI:NL:RBAMS:2025:5088

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
11531455 CV FORM 25-2761
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding voor ongeoorloofd gebruik van auteursrechtelijk beschermd beeldmateriaal in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen

In deze zaak heeft de kantonrechter te Amsterdam op 7 juli 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Sumfinidade Unipessoal LDA ZFM, een bedrijf gevestigd in Portugal, en een eenmanszaak in Nederland. De zaak betreft een vordering tot schadevergoeding wegens ongeoorloofd gebruik van een foto door de verwerende partij. Sumfinidade Unipessoal stelt dat de foto, die auteursrechtelijk beschermd is, zonder toestemming op de website van de verwerende partij is gepubliceerd. De foto stond van 14 februari 2019 tot 15 februari 2022 op de website van de verwerende partij, die stelt dat er geen commercieel voordeel is behaald uit het gebruik van de foto en dat het gebruik onbedoeld was. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van onrechtmatig handelen door de verwerende partij, maar heeft de gevorderde schadevergoeding van € 5.000,00 niet toegewezen. In plaats daarvan heeft de rechter de schade geschat op € 200,00, omdat Sumfinidade Unipessoal onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de hoogte van de gevorderde schade. De wettelijke rente over dit bedrag is toegewezen vanaf 15 maart 2022. De proceskosten zijn gecompenseerd, wat betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen. De uitspraak is gedaan door mr. E. Pennink en is openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11531455 \ CV FORM 25-2761
Beschikking van 7 juli 2025
in de zaak van
SUMFINIDADE UNIPESSOAL LDA ZFM,
gevestigd te Funchal (Portugal),
verzoekende partij,
hierna te noemen: Sumfinidade Unipessoal,
vertegenwoordigd door [naam 3] ,
tegen
[verweerder],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
vertegenwoordigd door [naam 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007), hierna: de EPGV-Verordening, heeft Sumfinidade Unipessoal door middel van het vorderingsformulier zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 van de EPGV-Verordening, ontvangen op 30 januari 2025, met producties, een vordering tegen [verweerder] ingesteld.
- het door [verweerder] ingediende verweerschrift, met producties,
- de reactie van Sumfinidade Unipessoal,
- de reactie van [verweerder] .
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[naam 1] is een fotograaf. Hij heeft op 30 juni 2020 een licentieovereenkomst gesloten met Sumfinidade Unipessoal. Laatstgenoemde verkoopt foto’s van [naam 1] via de website [website 2] . Op deze website staat sinds 23 februari 2014 een foto van [naam 1] van de St. Mary’s Kathedraal te Krakau, Polen (hierna: de foto).
2.2.
Blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel van 26 maart 2025 is [verweerder] , ook wel [bedrijf] genaamd, een eenmanszaak die per 1 april 2017 is opgericht. Het aantal werkzame personen is 1 en de activiteiten hebben betrekking op de SBI-codes 7810 - arbeidsactiviteiten en 7312 - handel in advertentieruimte en -tijd.
2.3.
Het door Sumfinidade Unipessoal ingehuurde bedrijf Right Pilots heeft geconstateerd dat [verweerder] op 14 februari 2019 de foto op haar website [website 1] heeft gepubliceerd.
2.4.
De toenmalige gemachtigde van Sumfinidade Unipessoal heeft op 24 februari 2022 per e-mail aan [verweerder] bericht dat de foto zonder toestemming is gepubliceerd en dat de foto dient te worden verwijderd. [verweerder] is gevraagd een om een zogenoemde “Declaration to cease and desist” te ondertekenen en terug te zenden. Verder is [verweerder] gevraagd om in verband met het bepalen van de schadevergoeding mede te delen sinds welke datum de foto beschikbaar was op haar website.
2.5.
Op 15 maart 2022 heeft de gemachtigde van Sumfinidade Unipessoal een herinnering aan [verweerder] gestuurd.
2.6.
[verweerder] heeft op 24 maart 2022 de foto verwijderd en zij heeft dit aan Sumfinidade Unipessoal medegedeeld.
2.7.
Sumfinidade Unipessoal heeft op 31 maart 2022 aan [verweerder] bericht dat zij de hiervoor bedoelde verklaring dient te ondertekenen en dat zij € 9.299,24 aan Sumfinidade Unipessoal dient te betalen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Sumfinidade Unipessoal verzoekt [verweerder] te veroordelen tot betaling van € 5.000,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2019 tot de voldoening. Ook heeft Sumfinidade Unipessoal verzocht om [verweerder] te veroordelen in de proceskosten waaronder de kosten van € 95,00 voor Rightspilot UG, vertaal- of koeriersdiensten.
3.2.
Aan het verzoek heeft Sumfinidade Unipessoal het volgende ten grondslag gelegd. [verweerder] heeft ongeautoriseerd gebruik gemaakt van de foto. Het ongeoorloofde gebruik van de foto rechtvaardigt de betaling van een rechtvaardige financiële compensatie. Het prijsmodel van Sumfinidade Unipessoal biedt een exclusieve licentie. Dit betekent dat slechts één (wereldwijd) bedrijf binnen een specifieke branche de licentierechten op een foto kan verkrijgen. De foto heeft van 14 februari 2019 tot 16 februari 2022 op de website van [verweerder] gestaan. De licentievergoeding bij een gebruik van 3 tot 5 jaar bedraagt met naamsvermelding € 2.860,00 en zonder attributie € 5.720,00. De vordering is teruggebracht tot € 5.000,00 aan hoofdsom opdat van de hier aan de orde zijnde procedure op grond van de EPGV-Verordening gebruik kon worden gemaakt.
3.3.
[verweerder] verweert zich tegen de vordering en voert, kort gezegd, aan dat de foto stond op een website die algemene informatie bevat over werken in Polen. Hieruit is nimmer winst of omzet voortgevloeid en er is geen sprake geweest promotioneel gebruik van de foto. [verweerder] voert verder aan dat de vordering disproportioneel is en dat zij de foto na signalering door Sumfinidade Unipessoal direct heeft verwijderd. [verweerder] verzoekt de vordering ongegrond of niet-ontvankelijk te verklaren, te erkennen dat sprake was van onbedoeld en beëindigd gebruik zonder commercieel motief en dat indien nodig, de vordering wordt gematigd (tot nihil). Voor zover schadevergoeding wordt gevorderd zonder onderbouwing van de daadwerkelijke schade dient deze te worden afgewezen, aldus [verweerder] . Tot slot heeft [verweerder] verzocht om geen proceskosten ten laste van haar toe te wijzen gelet op de beperkte draagkracht en volledige medewerking. Daarnaast verzoekt zij Sumfinidade Unipessoal te veroordelen in de door [verweerder] gemaakte proceskosten.
3.4.
Op de (nadere) standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
In de eerste plaats is aan de orde de vraag of de Nederlandse rechter, in het bijzonder de kantonrechter te Amsterdam, bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Partijen zijn gevestigd, dan wel woonachtig, op het grondgebied van verschillende lidstaten van de Europese Unie. Dit leidt tot de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering van Sumfinidade Unipessoal kennis te nemen. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van Verordening (EG) nr. 1215/2012, hierna: EEX-Verordening.
4.3.
Artikel 4 lid 1 EEX-Verordening bepaalt dat onverminderd deze verordening, zij die woonplaats hebben op het grondgebied van de lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. [verweerder] is in Nederland gevestigd, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Nu [verweerder] voorts in [vestigingsplaats] is gevestigd, is de rechtbank Amsterdam relatief bevoegd om van de vordering kennis te nemen.
Toepasselijkheid EPGV-Verordening
4.4.
In artikel 2 lid 2 onder j. zijn inbreuken op de persoonlijkheidsrechten, met inbegrip van laster, uitgesloten. De bedoeling van de richtlijn is om de procesvoering over geringe vorderingen te vereenvoudigen en te bespoedigen. Een uitleg van de toepasselijkheid dient dan ook in dat kader plaats te vinden. Nu deze procedure niet over de persoonlijkheidsrechten handelt, omdat partijen het erover eens zijn dat sprake is van een inbreuk, maar slechts over de in dat verband verschuldigde vergoeding, kan deze vordering in het kader van de EPGV-Verordening beoordeeld worden.
Toepasselijk recht
4.5.
De kantonrechter leidt uit de stellingen van Sumfinidade Unipessoal, de omstandigheid dat zij voor de toepasselijkheid van de Nederlandse rechter heeft gekozen en bij gebreke van een andere aanwijzing af, dat zij voor de toepassing van Nederlands recht heeft gekozen. Nu [verweerder] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt en er niets over heeft gezegd, zal het geschil naar Nederlands recht worden beoordeeld.
De verdere beoordeling
4.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat Sumfinidade Unipessoal de auteursrechthebbende van de foto is en dat de foto zonder toestemming en zonder bronvermelding gedurende de periode van 14 februari 2019 tot en met 15 februari 2022 op de website van [verweerder] [website 1] heeft gestaan.
4.7.
De stellingen van [verweerder] dat zij, zo heeft de kantonrechter het verweer begrepen, zich niet bewust is geweest dat zij de foto zonder toestemming mocht gebruiken en dat zij geen commercieel voordeel van het gebruik van de foto heeft gehad, kunnen er toe leiden dat geen sprake is geweest van een inbreuk op de auteursrechten van Sumfinidade Unipessoal. Niet vereist is dat deze inbreuk opzettelijk of te kwader trouw plaatsvindt. En of diegene daarbij enig commercieel gewin heeft gehad, is niet relevant.
4.8.
Met de inbreuk op de auteursrechten van Sumfinidade Unipessoal is sprake van onrechtmatig handelen van [verweerder] jegens Sumfinidade Unipessoal, op grond waarvan [verweerder] schadeplichtig is. Bij de berekening van haar schade heeft Sumfinidade Unipessoal aansluiting gezocht bij de licentievergoeding die zij hanteert voor het gebruik van zijn foto’s op internet. Bij een gebruik van 3 tot 5 jaar bedraagt de licentievergoeding zonder attributie € 5.720,00. In verband met de onderhavige procedure heeft Sumfinidade Unipessoal de vordering beperkt tot € 5.000,00 aan hoofdsom. Sumfinidade heeft de hoogte van de vergoeding van € 5.729,00 en € 5.000,00 niet nader toegelicht en onderbouwd.
4.9.
Sumfinidade Unipessoal heeft op 30 juni 2020 de licentieovereenkomst gesloten. Dat zij daarbij ook rechten uit het verleden heeft overgenomen is gesteld noch gebleken.
4.10.
[verweerder] heeft de hoogte van de schadevergoeding betwist en verzocht deze, indien verschuldigd te matigen (tot nihil). Nu Sumfinidade Unipessoal geen nadere onderbouwing van het gevorderde bedrag heeft gegeven en evenmin heeft toegelicht dat het hier om een marktconform tarief zou gaan, wordt geoordeeld dat Sumfinidade Unipessoal haar vordering niet voldoende heeft toegelicht en onderbouwd. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de omvang van de schade ligt bij Sumfinidade Unipessoal. De stelling van Sumfinidade Unipessoal dat sprake is van een commercieel gebruik van de foto betekent nog niet dat het plaatsen van de foto heeft geleid tot het mislopen van directe inkomsten of winst. Dat [verweerder] de licentievergoeding zou hebben willen betalen aan Sumfinidade Unipessoal indien langs reguliere weg een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen met [naam 1] is niet gebleken. Die vergoeding kan dan ook niet tot uitgangspunt voor de omvang van de schade leiden. Sumfinidade Unipessoal heeft weliswaar gesteld dat (ook) sprake kan zijn van indirecte commerciële winst en voordeel, maar zij heeft onvoldoende onderbouwd dat hiervan in de onderhavige situatie sprake is geweest. Hetzelfde geldt voor de stellingen van Sumfinidade Unipessoal met betrekking tot branding en concurrentieonderscheiding. Ook de stelling dat sprake is geweest van een bewuste keuze om de foto op te nemen met het doel om bezoekers en potentiële klanten aan te trekken en dat dat dit bij het professionele imago van [verweerder] past, kan zo zijn, maar hiermee is nog geen onderbouwing van het gevorderde bedrag gegeven. De overgelegde voorbeeldfacturen met bijbehorende betalingsbewijzen geven evenmin enige onderbouwing nu die facturen betrekking lijken te hebben op andere foto’s en niet aannemelijk is geworden dat [verweerder] de daarin genoemde bedragen zou hebben betaald. Verder blijkt uit de facturen niet duidelijk wat de aard van de opdracht is en de omvang van de verspreiding.
Gelet op de vorenstaande zal de schade, bij gebreke aan andere aanknopingspunten, worden geschat en wel op € 200,00.
4.11.
De gevorderde rente is over € 200,00 vanaf de datum van de door [verweerder] ontvangen herinneringse-mail op 15 maart 2022, tot aan de datum van betaling van de hoofdsom van € 200,00, toewijsbaar.
4.12.
Sumfinidade Unipessoal heeft zich bij het verzoek om en proceskostenveroordeling niet beroepen op artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering , zodat reeds hierom voor toewijzing van een volledige proceskostenveroordeling geen grond bestaat. Het gaat hier overigens om een zeer eenvoudige zaak en het feit dat Sumfinidade Unipessoal in het reactie op het verweer op een aantal verweren van [verweerder] heeft gereageerd, leidt niet tot de conclusie dat de zaak daarmee een ingewikkelder karakter krijgt.
4.13.
Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
4.14.
Nu beide partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, is er aanleiding de proceskosten tussen partijen als na te melden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan Sumfinidade Unipessoal van € 200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 maart 2022 tot aan de voldoening;
5.2.
compenseert de proceskosten in de zin dat ieder van de partijen de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.
609