Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:5086

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
AMS 25/3546
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit opvang asielzoekers in hotel

Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, dat een preventief handhavingsverzoek afwees met betrekking tot het gebruik van een hotel als opvanglocatie voor asielzoekers.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat onmiddellijke tussenkomst vereist. Hoewel verzoekers wijzen op het ontbreken van een omgevingsvergunning en ervaren overlast van de reeds aanwezige 340 asielzoekers, is er geen onomkeerbare situatie omdat de asielzoekers kunnen worden verplaatst.

Daarom kan de bezwaarprocedure worden afgewacht zonder onherstelbare gevolgen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoekers krijgen geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/3546
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juli 2025 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekers] , uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. R.M. Rensing),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,het college
(gemachtigde: mr. J. de Savornin Lohman en mr. M. van Looij).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) uit Rijswijk (gemachtigden: mr. A.A.E. Spoor, N. Akten en J. Munnik).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen de afwijzing van het preventieve handhavingsverzoek (het verzoek) om handhavend op te treden tegen mogelijke overtredingen van het bestemmingsplan en het hotelbeleid op het adres [adres] . Het verzoek betreft de plannen van het COA om op deze locatie opvang te bieden aan asielzoekers.
2. Het college heeft het verzoek met het besluit van 4 juni 2025 (het primaire besluit) afgewezen.
3. Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekers op 7 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens verzoekers de gemachtigden: J. Achterberg en B. Beukeboom deelgenomen. Verder hebben de gemachtigden van het college en de gemachtigden van de derde-partij deelgenomen.
5. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopige karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
7. De voorzieningenrechter toetst of er op dit moment aanleiding bestaat om een voorlopige voorziening te treffen. Zij is van oordeel dat dit niet het geval is.
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als "onverwijlde spoed" dat vereist en de bezwaar- of beroepsprocedure niet kan worden afgewacht, omdat dit tot onomkeerbare gevolgen zou leiden.
9. Volgens verzoekers is het spoedeisend belang gelegen in het verder in gebruik nemen van het hotel als opvang voor asielzoekers terwijl de benodigde omgevingsvergunning daarvoor ontbreekt. Daarnaast is dat belang volgens hen gelegen in de overlast die wordt ervaren van de 340 asielzoekers die al in de opvang verblijven.
10. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit geen spoedeisend belang oplevert. Er is namelijk geen sprake van een onomkeerbare situatie. De te plaatsen asielzoekers kunnen weer worden verplaatst. Dit betekent dat verzoekers de bezwaarprocedure kunnen afwachten.
11. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst, krijgen verzoekers geen vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2025 door mr. D. Sullivan, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Bakker, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.