De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 juni 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De opgeëiste persoon, een Poolse staatsburger geboren in 1985, was niet verschenen maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. Op 18 juni 2025 ontving de rechtbank bericht van het Internationaal Rechtshulp Centrum dat de opgeëiste persoon zich in Polen had gemeld en dat het EAB was ingetrokken. Uit nadere informatie bleek dat de opgeëiste persoon in Polen in voorlopige hechtenis was genomen en dat het arrestatiebevel was ingetrokken en verwijderd uit het SIS-systeem.
De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in haar vordering omdat de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt en het EAB feitelijk is ingetrokken. Tevens werd de (geschorste) overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.