ECLI:NL:RBAMS:2025:4867
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omzetting voorlopige aanhouding in aanhouding op grond van Europees aanhoudingsbevel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 juli 2025 het verzoek tot omzetting van een voorlopige aanhouding in een aanhouding van een opgeëiste persoon die op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit België werd gezocht. De opgeëiste persoon was reeds gedetineerd uit andere hoofde en werd op 30 juni 2025 voorlopig aangehouden op basis van artikel 17 Overleveringswet Pro (OLW), mede vanwege een signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS).
De officier van justitie verzocht de omzetting van de voorlopige aanhouding in een aanhouding op grond van artikel 21 lid 3 OLW Pro, omdat het EAB aan de wettelijke vereisten voldoet en in de Nederlandse taal is gesteld. De rechtbank overwoog dat ondanks het bezit van het EAB vóór de voorlopige aanhouding, de voorlopige aanhouding op grond van artikel 17 OLW Pro correct was, aangezien het EAB via SIS was gesignaleerd en niet rechtstreeks was toegezonden.
De rechtbank herzag haar eerdere jurisprudentie en oordeelde dat de omzetting toewijsbaar is, waarbij de opgeëiste persoon gehoord werd en zijn raadsman gelegenheid kreeg opmerkingen te maken. De beslissing tot omzetting betekent dat de aanhouding voortduurt tot de rechtbank een beslissing neemt over de gevangenhouding. De procedure benadrukt de nuances tussen voorlopige aanhouding op basis van SIS-signalering en aanhouding op basis van rechtstreeks toegezonden EAB, conform Europese regelgeving en nationale wetgeving.
Uitkomst: De voorlopige aanhouding wordt omgezet in een aanhouding die voortduurt tot de rechtbank beslist over de gevangenhouding.