ECLI:NL:RBAMS:2025:482

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2025
Publicatiedatum
27 januari 2025
Zaaknummer
762670 / FA RK 25.294
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 4:1 WvggzArt. 4:2 WvggzArt. 4:1 lid 7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van zelfbindingsverklaring bij psychische stoornis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 januari 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Betrokkene had samen met haar zorgverantwoordelijke een zelfbindingsverklaring opgesteld waarin zij aangaf onder welke omstandigheden zij verplichte zorg wenst.

Tijdens de mondelinge behandeling betoogde de advocaat van betrokkene dat het verzoek moest worden afgewezen omdat betrokkene zich niet herkent in de diagnose en het gedrag dat ernstig nadeel zou veroorzaken. Betrokkene wil geen medicatie en geen opname. De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige bevestigde het psychotisch toestandsbeeld en meldde recente meldingen van overlast en risico's.

De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden zoals omschreven in de zelfbindingsverklaring zich voordoen en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend voor drie maanden en omvat medicatietoediening, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.

De beschikking is op 20 januari 2025 mondeling gegeven en op 27 januari 2025 schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor drie maanden om verplichte zorg te kunnen verlenen aan betrokkene met een psychische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/762670 / FA RK 25/294
kenmerk: ZM/IND/158183
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 20 januari 2025van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op een zelfbindingsverklaring als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
zorgaanbieder, Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 januari 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- aanvraag voorbereiding verzoekschrift voor een zorgmachtiging van 31 december 2024;
- het zorgplan van 5 juni 2024;
- de zelfbindingsverklaring ondertekend op 13 juni 2024;
- de verklaring wilsbekwaamheid ten behoeve van zelfbindingsverklaring van 4 juli 2024.
- de medische verklaring van 9 januari 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan van 14 januari 2025;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 januari 2025, in het gebouw van de rechtbank.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, mevrouw [naam 1] .
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen
.

2.Beoordeling

2.1.
Betrokkene heeft samen met haar zorgverantwoordelijke een zelfbindingsverklaring opgesteld op grond van artikel 4:1 Wvggz Pro, vergezeld van een zorgplan. De zelfbindingsverklaring is op grond van artikel 4:2 Wvggz Pro op 13 juni 2024 ondertekend door betrokkene, de zorgverantwoordelijke en de geneesheer-directeur. De geneesheer-directeur, [naam 2] , heeft een verklaring op grond van artikel 4:1 lid 7 Wvggz Pro opgesteld waaruit blijkt dat betrokkene ten tijde van het opstellen van de zelfbindingsverklaring tot een redelijke waardering van haar belangen in staat was.
2.2.
In de zelfbindingsverklaring staat onder welke omstandigheden verplichte zorg dient te worden verleend. Betrokkene heeft verklaard dat zij wil dat verplichte zorg aan haar wordt verleend:
- wanneer zij vanuit de psychose dermate geluidsoverlast veroorzaakt (door bijvoorbeeld herhaaldelijk schreeuwen) dat het huis op het spel staat.
- als zij een constante overweldigende angst krijgt voor binnendringers die haar kwaad doen door bijvoorbeeld het eten te vergiftigen of haar misbruiken in haar slaap.
- als door die overweldiging het leven blijft stilstaan. Zij is dan zo bezig met haar eigen veiligheid dat het ‘normale leven’ niet meer te leven is. Voorbeelden zijn: met een pannetje rondreizen en dagelijks kleine boodschappen doen die die dag op moeten, omdat ze bang is dat er thuis mee gerommeld wordt.
- als zij niet meer kraanwater drinkt of ermee durft te wassen of te douchen omdat ze denkt dat het vergiftigd of fout is,
- als zij het ACT niet meer wil spreken of binnenlaten op afspraak.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstig financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept.
Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat het goed met haar gaat, maar dat zij het wel lastig vindt dat mensen haar woning binnenkomen als zij er niet is. Zij spuiten wit spul op haar kleding en zij doen andere vervelende dingen, zoals spullen meenemen. Zij ziet ook dingen die veranderd zijn in haar huis. De buren klagen omdat zij de deuren en ramen hard dicht zou slaan. Het probleem is dat de mensen die haar woning binnenkomen de ramen opendoen. Als zij thuiskomt moet zij de ramen weer dicht doen, maar dat doet zij rustig. Haar ouders hebben ook vervelende dingen gedaan, maar dat komt omdat zij door bepaalde personen onder druk worden gezet. Zij heeft daar na het eten buikpijn gekregen en zij heeft daarna ook niet meer daar gegeten. Zij wil nog wel afspreken met het ACT, maar zij wil een bepaalde medewerker niet meer zien omdat hij zich had verkleed en haar heeft bespied.
Namens betrokkene heeft de advocaat afwijzing van het verzoek van de officier van justitie bepleit, omdat betrokkene zich niet herkent in de diagnose en het daaruit voortvloeiend gedrag dat ernstig nadeel veroorzaakt. Betrokkene wil geen medicatie en zij wil ook niet opgenomen worden. In het verleden waren er wel incidenten, maar betrokkene zegt dat het nu wel goed met haar gaat. Ze heeft de medicatie afgebouwd omdat zij daar suf en lusteloos van werd. De advocaat stelt dat er nog veel omstandigheden die staan vermeld in de zelfbindingsverklaring nog niet aan de hand zijn en dat er nog geen sprake is van een dreigende uithuiszetting. Eerder heeft betrokkene geschreeuwd in haar woning, maar dat is nu niet aan de orde. Ook is er geen sprake van veel geld uitgeven, dreigende agressie of dat ze indringers iets zou willen aandoen. De overlast, zoals vermeld in de medische verklaring wordt op geen enkele manier onderbouwd doormiddel van politiemutaties.
De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige heeft ter zitting verklaard dat er wekelijks contact is, maar dat zij een medewerker van het ACT niet meer wil zien. Er is bij betrokkene sprake van een psychotisch toestandsbeeld en vanuit paranoïde wanen is in het verleden sprake geweest van hoge lijdendruk, overlastmeldingen, dreigende uithuiszetting, gevaarlijk gedrag en schulden. Meer recent zijn er weer meldingen van buren, politie, meldpunt en woningbouwvereniging gekomen. Het is juist dat er nog veel omstandigheden die staan vermeld in de zelfbindingsverklaring nog niet aan de hand zijn, maar deze zullen zich naar alle waarschijnlijkheid wel voordoen omdat betrokkene weigert medicatie in te nemen waardoor haar toestand verder zal verslechteren. Bij niet ingrijpen bestaat het risico op verlies van de woning. Daarnaast heeft betrokkene de laatste tijd minder sociale contacten. Het doel van de machtiging is om met betrokkene in gesprek te gaan over haar denkbeelden en kijken of zij openstaat voor alternatieven. Ook is het de bedoeling om betrokkene te motiveren voor medicatie.
De rechtbank verwerpt het pleidooi tot afwijzing van het verzoek en is van oordeel dat bepaalde omstandigheden, zoals omschreven in de zelfbindingsverklaring, zich voordoen waardoor verplichte zorg aan betrokkene moet worden verleend om ernstig nadeel af te wenden. Het onmiddellijk ernstig nadeel is niet aan de orde, maar er is wel voldoende nadeel dat er ingegrepen moet worden om betrokkene te beschermen. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat betrokkene een andere beleving van de werkelijkheid heeft dan de mensen om haar heen, die het gevolg is van een psychische stoornis. Betrokkene vindt behandeling, waaronder medicatie, niet nodig. Als de stoornis onbehandeld blijft is de verwachting dat de klachten niet afnemen wat de prognose negatief beïnvloed. De rechtbank acht het dan ook van belang dat betrokkene en haar behandelaars in gesprek blijven over de noodzaak van medicatie. Daarbij merkt de rechtbank op dat het ontbreken van medicamenteuze behandeling niet mag leiden tot verdere verslechtering van betrokkene. Deze zorgmachtiging biedt de behandelaars dan ook de mogelijkheid in te grijpen.
2.4.
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • toedienen van medicatie gedurende 3 maanden
  • beperken van de bewegingsvrijheid gedurende 3 maanden;
  • opnemen in een accommodatie gedurende 3 maanden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 3 maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4. genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 20 april 2025.
Deze beschikking is op 20 januari 2025 mondeling gegeven door mr. E.M. Devis, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 27 januari 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.