GGP leverde elektriciteit en gas aan gedaagde, die meerdere facturen niet tijdig betaalde. GGP vorderde het restant van onbetaalde facturen van €1.712,46 plus wettelijke handelsrente en incassokosten. Gedaagde betwistte de hoogte van de vordering en stelde dat de rente en kosten onjuist waren berekend.
De kantonrechter stelde vast dat de oorspronkelijke hoofdsom €8.228,62 bedroeg, niet €9.933,39 zoals GGP stelde, mede op basis van een betalingsregeling tussen partijen. GGP had te veel rente en incassokosten berekend, onder meer door onterecht kosten te rekenen over een factuur die tijdig was voldaan. De incassokosten waren hoger dan het wettelijk toegestane maximum en dossierkosten mochten niet apart worden gerekend.
Gedaagde had in totaal €10.000,- betaald, waarmee hij de oorspronkelijke hoofdsom inclusief rente en kosten volledig had voldaan. De gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom werd afgewezen omdat deze al was betaald. Omdat GGP de openstaande voorschotnota van december 2023 onvoldoende onderbouwde, werd de vordering afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde niet tot betaling en liet de proceskosten achterwege.