Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
hierna: verdachte).
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Waardering van het bewijs
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van verdachte
6.Procesafspraken
- De verdediging geen verweren zal voeren ten aanzien van de tenlastelegging.
- Alle eventueel nog openstaande onderzoekswensen komen te vervallen.
- Het Openbaar Ministerie een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van drie jaren en ontzetting van het recht tot het bekleden van de functie van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van drie jaar zal vorderen.
- Bij de strafeis de precieze hoogte van het belastingnadeel in het midden is gelaten. Verdachte is daarover nog in contact met de Belastingdienst.
- De verdediging geen verweer zal voeren tegen voornoemde strafeis.
- Door middel van ondertekening van het afdoeningsvoorstel, verdachte bekent zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem in deze zaak drie tenlastegelegde feiten.
- Verdachte ter zitting van 18 juni 2025 aanwezig zal zijn en de tenlastegelegde feiten ter zitting zal bekennen.
- Verdachte verklaart bereid te zijn de taakstraf uit te voeren en daartoe zo nodig vanuit het buitenland naar Nederland afreist, zo vaak en zo veel als nodig.
- Verdachte en het Openbaar Ministerie afstand doen van hoger beroep.
7.Motivering van de straffen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafvan
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.
gevangenisstrafvan
9 (negen) maanden.
niet ten uitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast.
3 (drie) jaren.