ECLI:NL:RBAMS:2025:4542
Rechtbank Amsterdam
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terzijdelegging kennisgeving voornemen tot dagvaarding en beoordeling onderzoekswensen
De verdediging verzocht de rechter-commissaris om de kennisgeving van het voornemen tot dagvaarding ex art. 238 lid 2 Sv Pro terzijde te stellen, stellende dat deze prematuur en onrechtmatig was. De rechter-commissaris wees dit verzoek af omdat tegen een dergelijk voornemen geen rechtsmiddel openstaat en de regiefunctie van de rechter-commissaris niet zo ver reikt dat hij de inzet van deze bevoegdheid kan blokkeren.
Hoewel de kennisgeving de mogelijkheden van de verdediging beperkt om in beslotenheid verzoeken tot onderzoekshandelingen in te dienen, ontstaat geen rechtsvacuüm. Na kennisgeving is de rechtbank bevoegd om op onderzoekswensen te beslissen en blijft het indienen van onderzoekswensen mogelijk, zij het in een openbare terechtzitting.
De verdediging stelde dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen dat de kennisgeving achterwege zou blijven, maar de rechter-commissaris oordeelde dat de mededelingen van de officier van justitie te algemeen waren om dit vertrouwen te rechtvaardigen. Tevens verklaarde de rechter-commissaris zich onbevoegd om op na kennisgeving ingediende onderzoekswensen te beslissen en wees verzoeken tot een regiebijeenkomst af. De rechter-commissaris zal alternatieve routes onderzoeken om een impasse in het onderzoek te voorkomen.
Uitkomst: Verzoek tot terzijdelegging kennisgeving voornemen tot dagvaarding wordt afgewezen en rechter-commissaris verklaart zich onbevoegd om op na kennisgeving ingediende onderzoekswensen te beslissen.