Uitspraak
1.De procedure
2.De gronden van de beslissing
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Amsterdam
Eiser trad op 2 september 2024 in dienst bij Koog BV op basis van een nulurencontract, werkend gemiddeld 75 uur per maand. Door herhaaldelijke te late betaling nam eiser op 22 januari 2025 ontslag. Het loon over november en december 2024 werd niet uitbetaald, ondanks sommatie.
In kort geding werd vastgesteld dat loonvorderingen een spoedeisend belang hebben. Koog BV verscheen niet, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter weigerde een aanvullende productie van eiser toe te laten omdat Koog daarvan niet op de hoogte was, maar dit deed niet af aan de vordering.
De loonvordering werd toegewezen inclusief een wettelijke verhoging van 50% vanwege het willens en wetens niet betalen van het salaris. Tevens werd Koog veroordeeld tot afgifte van loonspecificaties en een dwangsom opgelegd voor niet-naleving. Koog moet ook proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Koog BV wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging, vakantiegeld, rente, afgifte loonspecificaties en dwangsom.