Uitspraak
1.De procedure
- de akte van Summa Vastgoed, tevens een akte aanvulling grondslag van de vordering.
2.De verdere beoordeling
- wettelijke rente
€
92,88
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak tussen Summa Vastgoed B.V. en [gedaagde] stond de beoordeling van een huurprijswijzigingsbeding en een kostenbeding centraal. De kantonrechter volgde het arrest van de Hoge Raad waarin een opslag van maximaal 3% bovenop de CPI als eerlijk wordt beschouwd, waardoor het huurprijswijzigingsbeding geldig is. De vordering tot betaling van een huurachterstand, verminderd met reeds betaalde bedragen, werd daarom toegewezen.
Tegelijkertijd werd het kostenbeding in artikel 25.2 van de algemene bepalingen als oneerlijk aangemerkt. Summa Vastgoed stelde dat er een vaststellingsovereenkomst was gesloten waardoor dit beding niet van toepassing zou zijn, en dat incassokosten op grond van de wet alsnog konden worden gevorderd. De kantonrechter verwierp dit standpunt, verwijzend naar Europese rechtspraak die bepaalt dat een oneerlijk beding niet kan worden omzeild via wettelijke bepalingen. De vordering tot incassokosten werd daarom afgewezen.
[gedaagde] voerde aan onterecht op een verkeerd adres te zijn aangemaand en dat een betalingsregeling was getroffen, maar deze verweren werden niet gehonoreerd. De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de huurvordering toe inclusief wettelijke rente en wijst de incassokosten af wegens oneerlijk kostenbeding.