Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
°(minder dan 100 consumenten) en 4
°(meer dan € 100.000,00 per belegging) van de Vrijstellingsregeling Wft.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding tussen [eiseres] B.V. en ABN AMRO Bank N.V. waarbij [eiseres] vordert dat de bank haar zakelijke rekening en bankpas deblokkeert. ABN AMRO had de rekening geblokkeerd vanwege een lopend onderzoek naar vermoedens van illegale beleggingsdienstverlening en beleggingsfraude.
ABN AMRO baseert haar blokkade op transacties die onregelmatigheden vertonen en een mogelijk frauduleus patroon, waaronder grote bedragen van vele klanten en onduidelijke transacties die duiden op een Ponzi-constructie. De bank beroept zich op haar zorgplicht en wettelijke verplichtingen uit de Wft en Wwft om witwassen en fraude te voorkomen.
[eiseres] betwist de blokkade en stelt dat zij niet vergunningplichtig is en dat de blokkade disproportioneel is, omdat zij haar bedrijfsactiviteiten volgens haar uitleg beperkt tot CFD-handel zonder beleggingsproducten aan te bieden. De rechtbank oordeelt echter dat de verstrekte informatie onvoldoende is, dat de bedrijfsactiviteiten niet overeenkomen met de Kamer van Koophandel-gegevens en dat er aanwijzingen zijn voor illegale beleggingsactiviteiten.
De voorzieningenrechter concludeert dat de blokkade gerechtvaardigd en proportioneel is als voorlopige maatregel en dat het belang van de bank om fraude te voorkomen zwaarder weegt dan het belang van [eiseres] bij opheffing van de blokkade. De vordering wordt afgewezen en [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de blokkade op de zakelijke rekening wordt afgewezen en [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.