Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2.2. [gedaagde 2] ,
3.
[gedaagde 3],
4.
[gedaagde 4],
5.
[gedaagde 5],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens een sommatiebrief die door de voormalige advocaat van de erven is gestuurd, waarin zij werd beschuldigd van fraude. Eiseres stelt dat deze brief onrechtmatig is en schade heeft veroorzaakt doordat de brief in handen kwam van de administrator van een fonds dat zij beheert, wat leidde tot beëindiging van dienstverlening.
De rechtbank oordeelt dat de brief niet namens de executeur is verstuurd en dat er geen vorderingen tegen hem zijn ingesteld. De bewoordingen in de brief zijn weliswaar scherp, maar niet onrechtmatig omdat zij slechts voorzichtig formuleren dat er mogelijk sprake is van fraude en een mogelijk FIOD-onderzoek. Ook de dreiging om de vuile was buiten te hangen is niet onrechtmatig.
Daarnaast is niet gebleken dat de erven opdracht hebben gegeven voor het opstellen van deze specifieke brief, waardoor zij niet aansprakelijk zijn. De overige verweren behoeven geen bespreking omdat het onrechtmatig handelen ontbreekt.
Omdat eiseres in het ongelijk is gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De executeur wordt niet in proceskosten veroordeeld omdat er geen vordering tegen hem was ingesteld. De erven krijgen de normale proceskosten toegewezen, begroot op €9.808,00, inclusief griffierecht, salaris advocaat en nakosten.
De uitspraak is mondeling gedaan door rechter M. Wouters en de vorderingen van eiseres worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten van de erven en executeur.