ECLI:NL:RBAMS:2025:3843

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 juni 2025
Publicatiedatum
6 juni 2025
Zaaknummer
13-094983-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van niet-uitgeoefende verdedigingsrechten bij verzamelvonnis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 mei 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regional Court in Szczecin, Polen, gericht op de overlevering van een Poolse verdachte die een vrijheidsstraf van één jaar en negen maanden moet ondergaan. Het EAB betrof een verzamelvonnis van 20 september 2020, waarin drie eerdere vonnissen waren samengevoegd.

De verdediging en officier van justitie stelden dat de overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW), omdat de verdachte zijn verdedigingsrechten niet heeft kunnen uitoefenen in de procedure die leidde tot het verzamelvonnis. De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet in persoon was verschenen bij de procedure en dat geen van de in artikel 12 OLW Pro genoemde uitzonderingen of garanties waren toegepast.

De rechtbank concludeerde dat de verdachte niet op de hoogte was gesteld van de verzamelvonnisprocedure en geen adresinstructie had ontvangen. Hierdoor was hij niet in staat zijn verdedigingsrechten uit te oefenen. Om die reden werd de overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro. De rechtbank zag geen aanleiding om af te zien van toepassing van deze weigeringsgrond en hoefde de overige verweren niet te behandelen.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 5 juni 2025 en is niet vatbaar voor gewoon rechtsmiddel. De (geschorste) overleveringsdetentie werd opgeheven.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan Polen wegens niet-uitgeoefende verdedigingsrechten in de verzamelvonnisprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-094983-25
Datum uitspraak: 5 juni 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 2 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 maart 2022 door
the Regional Court in Szczecin(Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 mei 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt
a final and binding cumulative judgement of the District Court in Myślibórz (Sąd Rejonowy w Myśliborzu) of the 20th September 2020, reference symbol of files II K 689/19.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en negen maanden, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Het standpunt van de verdediging en van de officier van justitie
De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro, nu de opgeëiste persoon ten aanzien van de procedure die heeft geleid tot het verzamelvonnis van
the District Court in Myślibórzvan 20 september 2020 zijn verdedigingsrechten niet heeft kunnen uitoefenen.
Het oordeel van de rechtbank
Op basis van de door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 14 mei 2025 stelt de rechtbank het volgende vast. De beslissing van
the District Court in Myślibórzvan 20 september 2020, II K 689/19 betreft een zogeheten verzamelvonnis, waarbij drie eerdere vonnissen zijn samengevoegd. Het gaat om de vonnissen van
the District Court in Myślibórzvan 27 juni 2018 (II K 17/18), van 27 november 2018 (II K 549/18) en van 17 december 2018 (II K 240/18).
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verzamelvonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit de stukken blijkt dat het verzamelvonnis van 20 september 2020
ex officiois gewezen. De rechtbank kan niet vaststellen dat de opgeëiste persoon op enige wijze op de hoogte is geraakt van de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid. Ook is er geen zogeheten adresinstructie aan de opgeëiste persoon verstrekt die ziet op de verzamelvonnisprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank is de opgeëiste persoon dan ook niet in de gelegenheid gesteld om zijn verdedigingsrechten in de verzamelvonnisprocedure uit te oefenen. De rechtbank komt dan ook niet toe aan toetsing van de onderliggende vonnissen en zal de overlevering weigeren op grond van artikel 12 OLW Pro.
Nu de rechtbank reeds op grond van artikel 12 OLW Pro de overlevering weigert, komt zij evenmin toe aan bespreking van de overige weigeringsgronden en de overige verweren van de raadsman.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 12 OLW.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Szczecin(Polen).
HEFT OPde (geschorste) overleveringsdetentie van
[de opgeëiste persoon] .
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mr. I. Verstraeten en mr. E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 juni 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.