ECLI:NL:RBAMS:2025:3673
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopig uitsluitend gebruik huurwoning toegekend aan vrouw na relatiebeëindiging
Partijen hadden een negen jaar durende affectieve relatie en woonden sinds november 2018 samen in een huurwoning. De relatie eindigde in juli 2024, maar beiden wonen nog in de woning samen met hun minderjarige zoon, waarvoor zij gezamenlijk gezag hebben. De vrouw vordert het uitsluitend gebruik van de woning, terwijl de man verweer voert.
De voorzieningenrechter constateert dat de woonsituatie onhoudbaar is, mede door de gespannen sfeer en het belang van het kind. Hoewel beiden financieel in staat zijn de huur te betalen en geen alternatieve woonruimte hebben, weegt de rechter het belang van de vrouw zwaarder vanwege haar werk en opleiding nabij de woning en haar concrete pogingen tot huisvesting.
De man krijgt een termijn van drie maanden om de woning te verlaten, waarbij hij wordt geacht op de zorgdagen van de vrouw elders te werken. De beslissing is een voorlopige voorziening in afwachting van een definitieve regeling. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De vrouw krijgt het voorlopig uitsluitend gebruik van de gezamenlijke huurwoning met een termijn van drie maanden voor de man om te vertrekken.