Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Amsterdam
In deze huurzaak heeft de kantonrechter ambtshalve de huurprijswijzigingsbedingen getoetst na een tussenvonnis en een uitspraak van de Hoge Raad. De huurovereenkomst bevat een indexatiebeding en een opslagbeding van maximaal 5%. De eiseres heeft gesteld dat alleen het indexatiebeding is toegepast, wat door de rechter niet oneerlijk wordt bevonden. Het opslagbeding is niet toegepast en wordt daarom niet verder beoordeeld.
Daarnaast is het beding over buitengerechtelijke incassokosten uit de algemene bepalingen ROZ 2017 beoordeeld. Dit beding wijkt nadelig af van de wettelijke regeling en kan leiden tot onbeperkte kosten voor de huurder, wat als oneerlijk wordt aangemerkt. Hierdoor worden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen en kan hier niet op worden teruggevallen.
De vordering van eiseres wordt deels toegewezen voor achterstallige huur en wettelijke rente, terwijl het meer gevorderde wordt afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de toegewezen bedragen en de proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad. Een vermeerdering van eis kan niet worden meegenomen omdat gedaagden verstek lieten gaan en dit niet tijdig is kenbaar gemaakt.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijkheid.