ECLI:NL:RBAMS:2025:3597
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis toewijzing schadevergoeding aan benadeelde partij
In deze strafzaak heeft de rechtbank Amsterdam een herstelvonnis gewezen naar aanleiding van een kennelijke misslag in het oorspronkelijke vonnis van 22 mei 2025. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van €474,21 aan materiële schade en €10.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade op 28 november 2023 tot aan de dag van volledige voldoening.
Verdachte wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij en tevens tot vergoeding van de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt en nog gemaakt zullen worden voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak, welke kosten tot op heden nihil zijn begroot. Daarnaast legt de rechtbank een schadevergoedingsmaatregel op waarbij verdachte verplicht wordt dit bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.
Bij uitblijven van betaling kan gijzeling worden toegepast voor een duur van 87 dagen, waarbij de betalingsverplichting blijft bestaan. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Dit herstelvonnis is op 27 mei 2025 gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €10.474,21 aan schadevergoeding met wettelijke rente en gijzeling bij niet-betaling.