ECLI:NL:RBAMS:2025:3532

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
29 mei 2025
Zaaknummer
13/188117-23 (EAB II)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van overlevering op basis van artikel 12 OLW in het kader van een Europees aanhoudingsbevel

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 13 mei 2025 uitspraak gedaan over een verzoek tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De opgeëiste persoon, geboren in Polen, werd aangeklaagd voor een straf die was opgelegd in Polen. De rechtbank had eerder de behandeling van de zaak aangehouden om aanvullende informatie te verkrijgen over de onderliggende veroordelingen en het verzamelvonnis dat aan het EAB ten grondslag lag. Tijdens de zitting op 17 april 2025 werd de termijn voor de uitspraak verlengd om antwoorden van de Poolse autoriteiten af te wachten. Op 13 mei 2025 vond de voortzetting van de behandeling plaats, waarbij de rechtbank concludeerde dat de overlevering op grond van artikel 12 van de Overleveringswet (OLW) moest worden geweigerd. De rechtbank oordeelde dat de opgeëiste persoon niet in persoon was verschenen bij de procedure die leidde tot het verzamel-arrest en dat er geen omstandigheden waren die een uitzondering op de weigeringsgrond rechtvaardigden. De rechtbank besloot dat de aan het verzamelvonnis ten grondslag liggende vonnissen geen nadere bespreking behoefden, en weigerde de overlevering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/188117-23 (EAB II)
Datum uitspraak: 13 mei 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 20 februari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 juli 2023 door
the District Courtin Gdansk (Polen, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1977,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 17 april 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.M.P. van Eijsden, advocaat in ’s-Gravenhage, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Op 17 april 2025 is het onderzoek geschorst tot de zitting van 13 mei 2025 om de antwoorden van de Poolse autoriteiten op de reeds door het OM gestelde vragen af te wachten én om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aanvullende vragen van de rechtbank ter beantwoording aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.
De behandeling is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 13 mei 2025, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is opnieuw bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D.M.P. van Eijsden en door een tolk in de Poolse taal. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

De rechtbank verwijst naar het proces-verbaal van 17 april 2025 en herhaalt hetgeen onder de kopjes “
Inleiding” en “
Aanvullende vragen van de rechtbank” van dat proces-verbaal is opgenomen:
Inleiding
Uit de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie blijkt dat aan het EAB een verzamelvonnis van
the Regional Courtin Kartuzy (Polen) van 3 november 2020 (referentie: II K 255/18) ten grondslag ligt. Door de raadsvrouw van de opgeëiste persoon is een afschrift van dit verzamelvonnis, alsmede een afschrift van een arrest op het beroep tegen voornoemd verzamelvonnis van
the District Court 5th Appelate Departmentin Gdansk van 17 februari 2021 (referentie: V Ka 74/21) overgelegd.
In het EAB is vermeld dat aan het verzamelvonnis ten grondslag liggen:
- een vonnis van
the Regional Court Gdansk-Northin Gdansk van 8 augustus 2016 (XI K 321/14);
- een vonnis van
the Regional Court Gdansk-Northin Gdansk van 4 juli 2016 (XI K 164/15);
- een vonnis van
the Regional Court Gdansk-Southin Gdansk van 8 juli 2016 (X K 808/13);
- een vonnis van
the Regional Court Gdansk-Southin Gdansk van 13 januari 2017 (X K 1153/14);
- een vonnis van
the Regional Court in Kartuzyvan 2 maart 2017 (II K 801/14);
- een vonnis van
the Regional Court Poznan-Stare Miastoin Poznan van 4 april 2014 (VIII K 1593/13);
- een vonnis van
the Regional Court in Inowroclawvan 16 januari 2014 (VI K 552/13).
In onderdeel C van het EAB is vermeld:
- dat de duur van de opgelegde gevangenisstraf één jaar en acht maanden is;
- dat de duur van de resterende gevangenisstraffen twee jaar en tien maanden en één jaar en acht maanden is.
In onderdeel D van het EAB is vermeld:
“With the verdict of the Court of 2nd instance - the District Court 5th Appellate Department in Gdansk amended the aggregate verdict of the Court of 1st instance appealed against ­ the verdict of the Regional Court in Kartuzy dated 3 November 2020 in the case no. Il K 255/18, decreasing the imposed aggregate sentence of 4 years of deprivation of liberty down to 3 years and 6 months of deprivation of liberty, in the remaining scope as to the sentence of deprivation of liberty for 1 year and 8 months upheld the verdict of the Court of 1st instance.”
Bij e-mail van 3 april 2025 heeft de parketsecretaris geconstateerd dat de informatie in onderdeel C van het EAB niet in overeenstemming lijkt te zijn met de informatie in onderdeel D van het EAB en de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd welke straf is opgelegd bij het arrest van
the District Court 5th Appellate Departmentin Gdansk van 17 februari 2021.
In onderdeel D van het EAB is verder slechts informatie verstrekt over de procedure die heeft geleid tot het verzamelvonnis van
the Regional Courtin Kartuzy (Polen) van 3 november 2020 (referentie: II K 255/18). Er is wel vermeld dat de advocaat van de opgeëiste persoon beroep heeft ingesteld tegen het verzamelvonnis, maar over de beroepsprocedure is verder geen informatie verstrekt met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW.
Bij e-mail van 3 april 2025 heeft de parketsecretaris de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd ten aanzien van het verzamelarrest van
the District Court 5th Appellate Departmentin Gdansk van 17 februari 2021 (referentie: V Ka 74/21) en de hiervoor genoemde zeven onderliggende vonnissen een formulier D in te vullen met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW.
Aanvullende vragen van de rechtbank
Naar aanleiding van het door de raadsvrouw overgelegde verzamelvonnis van
the Regional Courtin Kartuzy (Polen) van 3 november 2020 (referentie: II K 255/18) en arrest op het beroep tegen voornoemd verzamelvonnis van
the District Court 5th Appellate Departmentin Gdansk van 17 februari 2021 (referentie: V Ka 74/21) heeft de rechtbank met het oog op de vaststelling van de grondslag van het EAB en de toetsing aan artikel 12 OLW de volgende aanvullende vragen voor de Poolse autoriteiten:
1. Liggen aan de verzamelstraf die ten grondslag ligt aan het EAB ook de volgende vonnissen/arrest ten grondslag:
 een vonnis van
the District Courtin Starogard Gdanski van 17 april 2013 (II K 189/13);
 een vonnis van
the District Court in Gdansk Poludniein Gdansk van 6 mei 2014 (XK 6/14)
,aangepast bij
judgmentvan
the District Court in Gdanskvan 27 november 2014 (V Ka 759/14)
en wordt ten aanzien van de straffen en feiten die ten grondslag liggen aan deze vonnissen/arrest ook de overlevering verzocht?
Zo ja, kunt u ten aanzien van deze rechterlijke beslissingen een formulier D invullen en terugsturen? Daarbij geldt ten aanzien van het vonnis van 6 mei 2014, dat is aangepast bij
judgmentvan 27 november 2014 dat als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dat de laatste van die beslissingen relevant is voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [3] Als dat het geval is, dient slechts ten aanzien van de procedure die heeft geleid tot de beslissing in hoger beroep het formulier D ingevuld te worden.
2. De rechtbank begrijpt dat bij het vonnis van
the Regional Court Gdansk-Southin Gdansk van 13 januari 2017 (X K 1153/14) een vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd, die is omgezet in een vrijheidsbenemende straf bij beslissing van 10 juni 2019 van
the District Court of Gdansk - Poludniein Gdansk (XI Ko 4591/18).
a. De rechtbank begrijpt dat bij de omzettingsbeslissing de aard van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Heeft de rechter bij de omzetting een beoordelingsruimte gehad? Zo ja, kunt u ten aanzien van de omzettingsprocedure een formulier D invullen en terugsturen?
b. Is de reden van de omzetting gelegen in de omstandigheid dat de opgeëiste persoon is veroordeeld voor een nieuw strafbaar feit? Zo ja, kunt u ten aanzien de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit een formulier D invullen en terugsturen?
3. Klopt het dat het vonnis van
the Regional Court in Inowroclawvan 16 januari 2014 (VI K 552/13) niet meer ten grondslag ligt aan het verzamelvonnis/arrest en dat ten aanzien van de straf en feiten die ten grondslag liggen aan dit vonnis niet de overlevering wordt verzocht?

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De rechtbank overweegt dat zowel het verzamel-arrest van
the District Court 5th Appellate Departmentin Gdansk van 17 februari 2021 (referentie: V Ka 74/21) als de daaraan ten grondslag liggende vonnissen aan artikel 12 OLW moeten worden getoetst.
Bij e-mail van 12 mei 2025 is aanvullende informatie verstrekt door de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Verzamel-arrest van 17 februari 2021 (V Ka 74/21)
Ten aanzien van de procedure die heeft geleid tot het verzamel-arrest van
the District Court 5th Appellate Departmentin Gdansk van 17 februari 2021 (referentie: V Ka 74/21) geldt dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot het verzamel-arrest heeft geleid, en dat dat arrest is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Gelet daarop kan de overlevering op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd.
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het dossier geen aanleiding geeft om af te zien van de bevoegdheid om de overlevering te weigeren.
Het voorgaande brengt met mee dat de aan het verzamelvonnis ten grondslag liggende vonnissen geen nadere bespreking behoeven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 12 OLW.

7.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Courtin Gdansk (Polen).
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. F.K. Verbruggen en A.T.P. van Munster, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 mei 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (