Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Beoordeling
2.Beslissing
[overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Rechtbank Amsterdam
De Rechtbank Amsterdam heeft op 13 mei 2025 een verzoek van de Arrondissementsrechtbank Aken, Duitsland, behandeld dat betrekking had op de aanvullende toestemming voor de tenuitvoerlegging van een straf opgelegd voor feiten die zijn gepleegd vóór het tijdstip van overlevering van de betrokkene aan Duitsland.
De betrokkene, geboren in Duitsland in 1981 en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, was reeds overgeleverd aan Duitsland. Het verzoek tot toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf werd ingediend op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet (OLW).
Na beoordeling van de stukken en met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging, oordeelde de rechtbank dat het verzoek toewijsbaar was omdat de feiten waarvoor de straf was opgelegd, onder de reikwijdte van de OLW vielen.
De rechtbank verleende daarom toestemming voor de tenuitvoerlegging van de straf zoals verzocht, conform artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW.
Uitkomst: Toestemming verleend voor tenuitvoerlegging van straf voor feiten gepleegd vóór overlevering.