Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
vrijdag 13 juni 2025 om 10.00 uurvoor akte uitlating eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.6 en 2.10,
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van Vereniging Eigen Huis tegen een consument voor betaling van een bouwtechnische keuring. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank onderzoekt ambtshalve of de handelaar heeft voldaan aan de informatieplichten bij een overeenkomst op afstand en toetst de algemene voorwaarden aan de Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen.
Eiser stelt dat de overeenkomst via website of telefonisch tot stand kwam, met bevestiging per e-mail en digitale ondertekening op locatie. De rechtbank acht deze toelichting onvoldoende en verlangt nadere onderbouwing over het aanvraagproces en de naleving van precontractuele informatieverplichtingen, zoals de bestelknop volgens artikel 6:230v lid 3 BW.
De kernbeding dat de hoofdsom bepaalt is duidelijk en toewijsbaar. Echter, het beding dat buitengerechtelijke en gerechtelijke incassokosten volledig voor rekening van de consument brengt zonder maximale limiet wordt als oneerlijk beoordeeld. De rechtbank is voornemens dit beding te vernietigen en geeft eisende partij gelegenheid tot reactie. De zaak wordt aangehouden tot nadere stukken zijn ingediend en aan gedaagde is medegedeeld.
Uitkomst: De hoofdsom wordt toegewezen, maar het incassokostenbeding wordt als oneerlijk aangemerkt met voornemen tot vernietiging en nadere toelichting wordt verlangd.